Tot op heden is ons er slechts eentje bekend. Maar er wachten er wellicht dus nog meer op ontdekking.

Een paar jaar geleden stuitten onderzoekers op een opmerkelijk klein visje. De vis, bekend onder de wetenschappelijke naam Cryptotora thamicola, is namelijk in staat om te lopen en zelfs steile watervallen te beklimmen. Een knappe prestatie voor een vis die ook nog eens volledig blind is. Maar mogelijk is Cryptotora thamicola niet de enige die over dit bijzondere vermogen beschikt. Want onderzoekers stellen nu in een nieuwe studie dat er waarschijnlijk elf soorten vissen zijn die kunnen lopen.

Meer over de Cryptotora thamicola
Cryptotora thamicola is een blinde vis die in donkere grotten leeft. Hij beschikt daarom ook niet over ogen en is dus volledig blind. Om goed te kunnen overleven in grotten met snelstromend water, heeft de vis geleerd om te wandelen. Hij is zelfs in staat steile watervallen te beklimmen. De manier waarop de vis wandelt en watervallen beklimt is vergelijkbaar met de manier waarop salamanders dat doen. De vis beschikt bovendien over forse ribben die worden versterkt door stabiliserende spierhechtingen. Op die manier kan Cryptotora thamicola zich aan rotsachtige stroombeddingen vastgrijpen en verschillende leefgebieden bereiken. Doordat het visje zo mobiel is, kan hij zich gemakkelijk tussen verschillende zuurstofrijke gebieden verplaatsen waar weinig tot geen andere vissen leven. Er is echter nog veel over de vis onbekend, zoals bijvoorbeeld zijn dieet. Bovendien is het de vraag hoe deze blinde vis – die tevens op zoveel verschillende plekken kan komen – het voor elkaar krijgt om soortgenoten op te sporen en zich voortplant.

In de studie analyseerden de onderzoekers de botstructuren van bijna 30 verschillende soorten steenkruipers: vissen die behoren tot de orde van de Karperachtigen. En op basis van de vorm van het bot ontdekte het team dat 10 andere soorten steenkruipers bepaalde ongewone morfologische kenmerken met Cryptotora thamicola delen. “Vissen hebben meestal geen verbinding tussen hun ruggengraat en bekkenvin,” legt bioloog Zachary Randall uit. “Het idee was dan ook dat dit kenmerk van Cryptotora thamicola uniek was. Maar onze studie onthult dat dit toch vaker voorkomt dan gedacht.” En dat is interessant. Het suggereert namelijk dat het bijzondere vermogen van Cryptotora thamicola om zich aan snelstromende rivieren aan te passen misschien genetisch is doorgegeven.


CT-scans
Om dit te onderzoeken, gebruikte het team CT-scans en analyseerden DNA om de evolutionaire geschiedenis van steenkruipers verder in kaart te brengen. En hieruit blijkt dat de opmerkelijke morfologische kenmerken waar Cryptotora thamicola over beschikt veel vaker in de familie voorkomt. “Met behulp van DNA-analyse waren we in staat om honderden genen te onderzoeken om na te gaan hoe de vorm van de bekken in deze vissen in de loop van de tijd is ontwikkeld,” vertelt Randall. “Nu we dit heel nauwkeurig in kaart hebben gebracht kunnen we bestuderen hoeveel soorten over het vermogen beschikken om te lopen en de mate waarin ze daartoe in staat zijn.”

Het bekken van de Cryptotora thamicola lijkt op die van sommige amfibieën, waardoor hij zich wandelend kan voortbewegen. Afbeelding: Florida Museum, Zachary Randall

Opsporen
Uit de bevindingen blijkt dus dat Cryptotora thamicola mogelijk niet het enige visje is dat kan lopen. Toch is het nog niet zo gemakkelijk om andere bekwame vissen op te sporen. Hoewel er in Zuidoost-Azië meer dan 100 soorten steenkruipers leven, is Cryptotora thamicola de enige wiens wandelvermogen is geobserveerd en bestudeerd. Maar de studie biedt hoopt. Want hieruit blijkt dat er wellicht meer wandelende soorten wachten op ontdekking.

De bevindingen uit de studie zijn erg interessant. Want mogelijk kan het ook meer inzicht verschaffen in de evolutie van landdieren. Men vermoed namelijk dat het leven op aarde in het water begon. Op een gegeven moment verlieten een aantal organismen het water en koloniseerde het land. Dit omhelsde een aantal aanpassingen. Zo moesten de vinnen die in het water heel handig waren op het land plaatsmaken voor ledematen. Door in kaart te brengen welke soorten steenkruipers kunnen lopen, kunnen wetenschappers mogelijk ook meer informatie vergaren over hoe de eerste gewervelde dieren op het land ontstonden.