De Solar Orbiter koos vanmorgen vroeg het luchtruim en gunt ons straks voor het eerst een kijkje op de polen van onze moederster.

Vanmorgen, om een paar minuten over vijf (Nederlandse tijd) steeg de Solar Orbiter, voortgestuwd door een Atlas V 411-raket, op. Met de lancering, die plaatsvond vanaf Cape Canaveral in Florida en volgens het boekje verliep, begint een spannende missie naar onze moederster. “Tegen het eind van de Solar Orbiter-missie weten we meer over de verborgen krachten die achter het veranderende gedrag van de zon en haar invloed op onze thuisplaneet schuilgaan, dan ooit,” zo voorspelt Günther Hasinger, verbonden aan ESA.

Van bovenaf
Er zijn al behoorlijk wat missies naar de zon ondernomen. Maar de Solar Orbiter die vanmorgen werd gelanceerd, gaat onze moederster vanuit een heel nieuw perspectief bekijken. Zo zal tijdens deze missie voor de allereerste keer een blik worden geworpen op de polen van onze moederster. Waar andere missies de zon zo’n beetje ter hoogte van de evenaar van onze moederster bestudeerden, zal de Solar Orbiter zich in een iets andere baan om de zon nestelen, waardoor deze onze moederster ook van bovenaf kan gaan bekijken.


De Solar Orbiter zal onder meer onderzoek gaan doen naar het magnetisch veld van de zon, en dan met name nabij de polen. Gehoopt wordt dat de waarnemingen van de Solar Orbiter onderzoekers eindelijk in staat stellen om een vrij accuraat model van het hele magnetische veld van de zon op te stellen. En dat moet er vervolgens weer toe leiden dat ze het ruimteweer – kortgezegd de impact die zonnestraling en de deeltjes die onze ster uitzendt op de aarde en omgeving heeft – beter kunnen voorspellen.

Zonnecyclus
Ook zal de Solar Orbiter onderzoek gaan doen naar de zonnecyclus. Die duurt zo’n elf jaar en wordt gekenmerkt door een zonnemaximum – een periode waarin de zon heel actief is – en een zonneminimum – een periode waarin de zon vrij kalm is. “Wat we niet begrijpen, is waarom de cyclus elf jaar duurt en waarom sommige zonnemaxima krachtiger zijn dan andere,” vertelde onderzoeker Holly Gilbert eerder. Gehoopt wordt dat het observeren van veranderende magnetische velden op de polen ook daar meer inzicht in kan geven.


Dichtbij
Om antwoord te kunnen geven op een aantal van de prangende vragen die onderzoekers omtrent onze moederster hebben, zal de Solar Orbiter zich dicht in de buurt van de zon moeten wagen. Tijdens zijn missie nadert de sonde onze moederster tot een afstand van zo’n 41,8 miljoen kilometer. “Je kunt eigenlijk niet veel dichterbij komen dan de Solar Orbiter doet en nog steeds in staat zijn om naar de zon te kijken,” aldus onderzoeker Daniel Müller.

Zeven jaar
De Solar Orbiter zal zich in eerste instantie ter hoogte van de evenaar van de zon in een baan rond onze moederster nestelen. Scheervluchten langs de aarde en Venus moeten er vervolgens voor zorgen dat de baan van de sonde steeds schuiner op het oorspronkelijke omloopvlak komt te staan. Gaandeweg zullen de polen dan ook steeds beter in beeld kunnen worden gebracht. De missie zou sowieso 7 jaar moeten duren, maar kan eventueel nog met een jaar of drie worden verlengd.

Terwijl de rook rond het lanceerplatform van de Solar Orbiter nog maar net is opgetrokken, werkt ESA overigens alweer aan een nieuwe missie naar de zon. Proba-3 zou halverwege 2022 gelanceerd moeten worden. De missie bestaat uit twee satellieten die zich in een baan om de aarde nestelen en vanuit die baan onderzoek gaan doen naar de atmosfeer van de zon.