Ruimtevaartliefhebbers kunnen ESA de crash van Marslander Schiaparelli misschien wel vergeven. Maar geldt dat ook voor politici?

Eind deze week zullen de ministers die binnen de 22 ESA-lidstaten (en partnerland Canada) verantwoordelijk zijn voor de ruimtevaart samenkomen voor de ESA-ministerraad. Een belangrijk moment: de ministers gaan beslissingen nemen over de richting van de Europese ruimtevaart, bepalen welke programma’s gestart en beëindigd worden en zich buigen over de verdeling van additionele budgetten.

400 miljoen euro
En ESA vraagt de politici onder meer om wat extra geld vrij te maken voor ExoMars 2020. De Europese ruimtevaartorganisaties denkt iets meer dan 400 miljoen euro extra nodig te hebben om de missie in de lucht te krijgen.

Crash
De vraag ligt ongetwijfeld wat gevoelig. En dat heeft alles te maken met de timing ervan. Nauwelijks een maand geleden zag ESA namelijk een Marslander op het oppervlak van de rode planeet uit elkaar spatten. Een Marslander die aan moest tonen dat ESA in staat was om ExoMars 2020 tot een goed einde te brengen…

Data
ESA laat zich door die toch niet geringe tegenslag duidelijk niet uit het veld slaan. De Europese ruimtevaartorganisatie blijft benadrukken dat het belangrijkste doel van de landing het verzamelen van data was. En dat is wel gelukt. Een voorlopige analyse van de data wijst uit dat de landing door een piepklein communicatiefoutje tussen systemen aan boord van Marslander Schiaparelli misging. En op basis van die data kunnen dergelijke fouten in de toekomst natuurlijk voorkomen worden. Grote vraag is echter of politici uit de voeten kunnen met de ‘waar-gehakt-wordt-vallen-spaanders-en-van-die-spaanders-kunnen-we-leren-redenering’ van ESA. Het gaat tenslotte niet om kleine bedragen. Naast de 400 miljoen die ESA nu extra nodig heeft, is al 1,5 miljard vrijgemaakt om ExoMars werkelijkheid te laten worden.

Zoals gezegd is de toekomst van ExoMars niet het enige waar de ministers zich komende week het hoofd over breken. Er staat nog veel meer op de agenda. Die agenda wordt overigens voor een groot deel gedicteerd door de veranderingen die zich de afgelopen jaren in de ruimtevaart hebben voltrokken. Lang was de ruimtevaart het domein van natiën, maar dat is aan het veranderen nu steeds meer ruimtevaartbedrijven – zoals SpaceX – mee gaan doen. Om in dat veranderende landschap mee te kunnen blijven draaien, moet ESA competitief zijn, maar tegelijkertijd samenwerkingen met andere natiën en ruimtevaartbedrijven op poten zien te zetten. Ook is een nauwe samenwerking tussen de lidstaten van ESA belangrijker dan ooit. Maar om in de toekomst succesvol te blijven, is het tevens belangrijk dat ESA haar kennisniveau – op het gebied van wetenschap en technologie – op peil houdt. En wel door zoveel mogelijk ruimtemissies op poten te zetten. Er staat wat dat betreft – naast ExoMars – nog genoeg op de agenda: de lancering van de James Webb Telescoop (2018), de lancering van een zonne-orbiter (2018), wetenschappelijke experimenten in het ISS, enzovoort. En natuurlijk kost dat geld: de ministers beslissen donderdag en vrijdag over een voorgestelde wereldwijde investering van zo’n 11 miljard euro.