Een stofnevel die nu het meeste licht van de hyperreus absorbeert, zal tegen die tijd verdwenen zijn.

Dat stellen astronomen in een nieuw onderzoek, verschenen in het blad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Het verdwijnen van de stofnevel heeft volgens de onderzoekers voor- en nadelen.

De hyperreus
Eta Carinae is een zogenoemde hyperreus: een zeer zware ster met een enorme lichtsterkte. In 1847 genereerde de ster – tijdens een gigantische eruptie – een enorme nevel die vanwege zijn vorm ook wel Homunculus (klein mannetje) wordt genoemd. Die gebeurtenis maakte Eta Carinae tot de op één na helderste ster aan de hemel (alleen Sirius is helderder). De spectaculaire nevel maakt Eta Carinae bovendien tot een object dat astronomen graag fotograferen en bestuderen. Zo zijn we dankzij de eigenschappen van de nevel ook veel meer over de daarachter schuilgaande hyperreus te weten gekomen. Wie nog meer informatie aan de nevel wil onttrekken, zal echter haast moeten maken, zo stellen onderzoekers nu. Want over iets meer dan tien jaar zullen we de nevel niet langer duidelijk kunnen zien.

Tien keer helderder
Het is al langer bekend dat de helderheid van Eta Carinae toeneemt. En aangenomen werd dat dat kwam door processen in de hyperreus zelf. Maar in het nieuwe onderzoek komen wetenschappers met een andere theorie op de proppen. Ze stellen dat Eta Carinae al die tijd – vanaf de aarde gezien – schuil is gegaan achter een stofwolk. En die stofwolk begint langzaam op te lossen. Hierdoor lijkt het dus alsof Eta Carinae helderder wordt. En dat heeft ook gevolgen voor Homunculus. Die nevel is zo’n 200 keer groter dan de stofwolk die Eta Carinae aan het zicht onttrok en de helderheid van die nevel wordt – in tegenstelling tot de helderheid van Eta Carinae zelf – dan ook nauwelijks door die stofwolk beïnvloed. Wanneer de stofwolk verdwijnt, zal de helderheid van Eta Carinae dus flink toenemen, terwijl de helderheid van Homunculus niet verandert. Heel concreet verwachten de onderzoekers dat de stofwolk die nu nog in de weg zit, rond 2032 verdwenen is. Op dat moment zal de helderheid van Eta Carinae zo’n tien keer groter zijn dan de helderheid van Homunculus. Het resultaat: de nevel gaat op in de gloed van de hyperreus.

Links Eta Carinae zoals we deze nu zien. Rechts wat we rond 2032 zullen zien. Afbeelding: NASA / N. Smith / J. A. Morse.

Vanaf dat moment zal de nevel veel minder gemakkelijk te bestuderen zijn. Maar het biedt ook weer nieuwe mogelijkheden, aldus de onderzoekers. Zo kunnen we na 2032 waarschijnlijk veel beter dan nu onderzoek doen naar Eta Carinae zelf. We zouden dan zelfs moeten kunnen zien of de hyperreus in zijn eentje is of in werkelijkheid een dubbelstersysteem vormt.