De leeftijd waarop wetenschappers ‘Eureka!’ roepen, is sterk gestegen. Gemiddeld klinkt die kreet nu pas in het 48e levensjaar.

“Een persoon die voor zijn dertigste nog geen grote bijdrage heeft geleverd aan de wetenschap zal dat ook nooit doen.” Keiharde woorden van Einstein. Maar in de tijd van Einstein klopte het wel, zo blijkt uit onderzoek.

Jong
Wetenschappers vergeleken 525 Nobelprijswinnaars die tussen 1901 en 2008 de prijs in ontvangst namen. Ze richtten zich op de Nobelprijzen in de fysica, chemie en geneeskunde. En daaruit blijkt dat het tot 1905 heel gewoon was dat iemand al voor zijn dertigste baanbrekend onderzoek deed. Maar liefst twintig procent van de Nobelprijswinnaars deed het winnende onderzoek voor het dertigste levensjaar. 66 procent deed het voor het veertigste levensjaar, zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Oud
Maar dat veranderde rap in de jaren daarna. En in 2000 wist eigenlijk niemand meer met onderzoek dat hij of zij voor zijn dertigste uitvoerde een Nobelprijs te winnen. De fysici waren slechts in negentien procent van de gevallen onder de veertig wanneer ze hun winnende onderzoek uitvoeren. “Het beeld van de briljante, jonge wetenschapper die belangrijke doorbraken in de wetenschap bewerkstelligt, is in ieder geval in deze drie domeinen niet meer van deze tijd,” stelt onderzoeker Bruce Weinberg. “Vandaag de dag is de gemiddelde leeftijd waarop fysici doorbraken weten te bewerkstelligen 48.”

Die verschuiving kan met meerdere factoren te maken hebben. Ten eerste moeten wetenschappers vandaag de dag meer leren alvorens ze die ene doorbraak kunnen bewerkstelligen. Daarnaast zouden de wetenschappers aan het begin van de twintigste eeuw iets anders wetenschap hebben bedreven. Ze ontdekten hele nieuwe dingen waarbij oude studies minder relevant waren en dus buiten beschouwing werden gelaten. Tegenwoordig citeren onderzoekers juist heel veel oudere studies om hun werk te onderschrijven. Wetenschappers op leeftijd kennen die oude studies beter en hebben zo mogelijk een voorsprong op de jongeren.