Het kostte de onderzoeker slechts twee weken om de code van ’s werelds meest raadselachtige tekst te kraken.

Update
In een verklaring laat de Universiteit van Bristol weten zich toch niet achter de bevindingen van Gerard Cheshire te scharen. De onderzoeker claimde het Voynich manuscript ontcijferd te hebben. Maar nadat meerdere wetenschappers zijn bevindingen in twijfel trokken, heeft nu ook de universiteit van Bristol zich van de resultaten gedistantieerd.

Het Voynich-manuscript was een waar mysterie. Boekhandelaar Wilfred Voynich ontdekte het in 1912 tussen een aantal oude documenten van Jezuïeten. Hij probeert het manuscript – dat vol staat met tekeningen en teksten – te lezen. Maar zonder succes. Na hem bogen ook ontelbare cryptologen, taalwetenschappers, astronomen, computerprogramma’s en zelfs de geheime dienst over het manuscript. Helaas kon niemand uit de 500 jaar oude tekst wijs worden. Maar waar al deze experts faalden, is nu een academicus van de Universiteit van Bristol erin geslaagd om de onleesbare tekst te ontcijferen.

Code gekraakt
“Ik ervoer een reeks ‘eureka’-momenten tijdens het ontcijferen van de code,” vertelt de onderzoeker in kwestie Gerard Cheshire. “Gevolgd door een gevoel van ongeloof en opwinding toen ik me de omvang van de prestatie realiseerde, zowel wat betreft het taalkundige belang ervan als de onthullingen over de oorsprong en inhoud van het manuscript.” Hoewel het doel en de betekenis van het manuscript al meer dan een eeuw aan wetenschappers was ontgaan, kostte het Cheshire slechts twee weken om het beroemde en ondoorgrondelijke document te ontcijferen. Een combinatie van lateraal denken en vindingrijkheid zette de onderzoeker uiteindelijk op het juiste spoor.


Uitgevouwen kaart uit het Voynich-manuscript. Afbeelding: Voynich manuscript

Proto-Romaans
“Wat het onthult is nog verbazingwekkender dan de mythen en fantasieën die het teweegbracht,” zegt Cheshire. “Het is ook niet overdreven om te stellen dat dit werk een van de belangrijkste ontwikkelingen tot nu toe is in de Romaanse taalkunde.” Het manuscript is geschreven in Proto-Romaans; een voorouderlijke taal van de hedendaagse Romaanse talen, waaronder het Portugees, Spaans, Frans, Italiaans, Roemeens, Catalaans en Galicisch. Hoewel de taal veelvuldig tijdens de Middeleeuwen rond het Middellandse Zeegebied werd gesproken, kwam het bijna niet voor in geschrift. Belangrijke of officiële documenten werden voornamelijk in Latijn opgesteld. Daardoor raakte de Proto-Romaanse taal in de vergetelheid.

Deze afbeelding toont het woord ‘palina’ dat een staafmeter is voor het meten van de diepte van het water. Afbeelding: Voynich manuscript

Symbolen
Maar wat maakte het manuscript zo lastig te ontcijferen? “Het betreft een uitgestorven taal,” legt Cheshire uit. “Het alfabet is een combinatie van onbekende en meer bekende symbolen, het bevat geen speciale leestekens. Er bestaan geen hoofdletters en er zijn ook geen dubbele medeklinkers. Bovendien bevat het tweeklanken, triftongen, etc. voor de afkortingen van fonetische componenten. Ten slotte bevat het enkele woorden en afkortingen in het Latijn.”

In het paper gepubliceerd in het tijdschrift Romance Studies beschrijft Cheshire hoe hij met succes de code van het manuscript wist te kraken. De volgende stap is om deze kennis te gebruiken om het volledige manuscript te vertalen. Dit zal enige tijd vergen, omdat het een meer dan 200 pagina’s tellend boekwerk is. “Geleerden kunnen nu voor het eerst de ware taalkundige en informatieve inhoud verkennen en onthullen,” besluit Cheshire.