De middeleeuwse mens hield er bizarre gewoontes op na, geloofde in magie, sterke vrouwen en vooral dat de wereld altijd hetzelfde zou blijven. Maak kennis met een heel ander soort mens!

Als we denken aan middeleeuwers, hebben we vooral beelden van stoere ridders en kuise jonkvrouwen. Die vlieger gaat niet op, volgens Luit van der Tuuk. “Dan hebben we het vooral over de adel in de late middeleeuwen ja. Maar als we het hebben over mensen die leefden van pakweg 500 tot 1000 jaar na Christus, in de vroege middeleeuwen dus, die zaten heel anders in elkaar. Een marsmannetje zou in onze ogen, zich niet bizarder kunnen gedragen dan de gemiddelde vroege middeleeuwer.”

Wereld zonder steden of dorpen
Van der Tuuk is historicus en gespecialiseerd in de vroege middeleeuwen. Hij schreef eerder een boek over vrouwen in de vroege middeleeuwen en binnenkort verschijnt van zijn hand en die van Leon Mijderwijk De Middeleeuwers, waarin zij van boer tot koning het leven van middeleeuwse mensen onderzoeken. “Toen ik net begon met het kijken naar de levens en denkbeelden van deze mensen, verbaasde het mij aanvankelijk hoe anders zij tegen het leven aankeken, Zo ontzettend verschillend van hoe wij zaken tegenwoordig zien: dat kun je je haast niet voorstellen. Maar gaandeweg ben ik gaan beseffen dat ook ónze hedendaagse denkbeelden niet vanzelfsprekend zijn.”


Als je in het jaar 700 over de drassige Nederlandse vlakten hobbelde, was je sowieso al met een geringer aantal mede-Nederlanders dan de Nederlander vandaag de dag. In het hele gebied dat we nu Nederland noemen, bevonden zich ongeveer tussen de 60.000 en 80.000 mensen. “Ook dat is van grote invloed hoe mensen de wereld zagen,” verklaart de schrijver. “Er waren nog geen steden, er waren zelfs nog geen dorpen. Samenlevingen bestonden uit een klein aantal boerderijen bij elkaar. Misschien dat je eens in de zoveel tijd, spullen ging ruilen op een meer centrale plek 20 kilometer verderop, maar dat was het dan ook wel. Die ruimte was je hele leven, je hele leven lang ook.”

Een statisch leven
“Hun leven ging trager dan dat van ons. Ik zou willen zeggen dat de ontwikkeling van techniek of bouw ook veel trager ging, maar eigenlijk was die ontwikkeling er zelfs helemaal niet. Wij leven in een tijd, waarin zich continue nieuwe ontwikkelingen aandienen. Dat was niet het geval in de wereld van deze mensen. We weten uit bijvoorbeeld huizen en schepen in die tijd, dat ze niet dol waren op verandering. Die werden honderden jaren lang, exact hetzelfde gebouwd. Wij zouden dan geneigd zijn daarnaar te kijken en te zeggen: ‘Goh, misschien kunnen we hier of daar iets aan het concept verbeteren.’ Die behoefte hadden zij totaal niet. Ze waren niet van de avontuurlijke uitstapjes op dat gebied. Die investering bracht risico’s met zich mee, die zij zich totaal niet konden veroorloven. Omdat zij leefden, zoals hun ouders en grootouders en voorouders, dat deden en altijd gedaan hadden, was het ook een statisch leven dat zij leidden. Dat de wereld er ooit anders uitzag, of ooit uit zou zien, zal bij een vroege middeleeuwer nooit zijn opgekomen,” aldus Van der Tuuk.

Magie is overal, zelfs in een pissebed
“Bovendien was het geloof in een bovennatuurlijke, metafysische wereld een gegeven, dat door het hele leven vervlochten was. Tegenwoordig is religie iets, waaraan je “iets doet.” Je gaat op zondag naar de kerk bijvoorbeeld. Religie heeft een locatie en een tijd. Dat zou een gek gegeven zijn voor een middeleeuwer. ‘Geloof jij in God?’ zou een vraag zijn, waarop je heel raar zou zijn aangestaard. Dat was net zoiets als dat wij nu aan elkaar zouden vragen of je in de zwaartekracht gelooft. De meest futiele gebeurtenissen hadden een diepe betekenis en werden meegenomen in de alledaagse besluitvorming. In het boerenleven betekende dit bijvoorbeeld, dat als het paard die ochtend op een bepaalde manier gebriesd had, je beter een dagje kon wachten met inzaaien. Of als een zwaluw van oost naar west je veld was overgevlogen, in plaats van andersom. Magische voortekenen en duidingen waren gewoon. Als je op bezoek ging bij iemand waar een zieke in huis was, dan draaide je eerst even een tegel bij de voordeur om. Lag daar een dode pissebed, nou dan wist je wel hoe laat het was! Dat betekende foute boel voor de zieke binnen. Dat zou niet goed aflopen.”


Volgens Van der Tuuk ergerde de kerk zich mateloos aan dit bijgeloof. “De geestelijkheid heeft dit in allerlei geschriften opgetekend. Deels uit verontwaardiging, maar ook wel als richtlijnen in zogenaamde ‘boeteboeken’ voor priesters. Die hadden werkelijk geen benul, van wat er onder de bevolking leefde. De priesters moesten van de boeken dan met een boete van bijvoorbeeld 3 weesgegroetjes werken, om de bevolking meer het kerkelijk gedachtegoed te laten aannemen.”

“Of je man of vrouw was, deed niet ter zake”

Niet alleen het magische domineerde het leven van de vroeg middeleeuwse mens. Ook de overtuiging dat man en vrouw gelijk zijn en dat mensen heel anders werden gecategoriseerd dan nu. “Er werd bijvoorbeeld ook heel ander aangekeken tegen de positie van mannen en vrouwen. Tegenwoordig worden mannen en vrouwen weliswaar gelijkwaardig beschouwd, maar als tegengesteld beschouwd. We geloven dat mannen zus in elkaar zitten en vrouwen zo. Vooral de kerk heeft er in de loop van de tijd aan bijgedragen dat vrouwen als minderwaardig werden beschouwd. De geestelijkheid had weinig positiefs te melden over vrouwen, of het moest gaan over een martelares. De gewone vrouw, daar deugde niet veel aan. In de vroege middeleeuwen had dit idee nog geen post gevat onder de bevolking. Of je man of vrouw was, deed niet ter zake. Mensen leefden eigenlijk nog in stammen-samenlevingen. Of je nu man of vrouw was, van belang was, dat je sterk was! Zwak zijn, dát was pas een ding. Minder validen, ouderen, verstandelijk beperkten, er werd niet gunstig naar deze groepen mensen gekeken,” aldus de historicus.

Infanticide
De pre-occupatie met gezond en sterk, ging gepaard met een verschijnsel waarvan de moderne mens huivert: infanticide. “Kindermoord kwam vaker voor dan nu,” meent Van der Tuuk. “Zeker in het Scandinavische gebied werden er nogal eens kinderen vermoord omdat zij toch niet goed gezond waren of omdat er al te veel monden waren om te voeden. En dat er veel monden waren aan tafel is zeker. Vrouwen waren bijna eigenlijk altijd zwanger, want de kindersterfte was hoog. Veel kinderen stierven al in het kraambed of later als zuigeling of jong kind. Het was belangrijk voor de ouders dat er kinderen waren, want zonder kinderen had je een groot probleem als je zelf ouder werd en niet meer sterk genoeg was om voor jezelf te zorgen.”

Een apart volkje dus, de middeleeuwers. Tenminste: in de ogen van de 21e eeuwse mens. Maar dat wij net zo apart zijn, als zij naar ons terug konden kijken, lijkt niet onwaarschijnlijk.