Als we zo doorgaan, heeft de natuur zeker 3 tot 5 miljoen jaar nodig om de door ons uitgedeelde klappen te boven te komen.

In de afgelopen 450 miljoen jaar is het maar liefst vijf keer voorgekomen dat onze planeet zulke grote veranderingen doormaakte dat het grootste deel van de planten- en diersoorten uitstierf. Maar het planten- en dierenrijk kwam elke massa-extinctie weer te boven, dankzij het defensiemechanisme waarmee de natuur is uitgerust: evolutie. Dankzij evolutie ontstonden er nieuwe soorten die de gaten die door de massa-extinctie in ecosystemen waren ontstaan vrij vlot weer opvulden.

Zesde massa-extinctie
Inmiddels zijn de meeste wetenschappers het er wel over eens dat we ons midden in de zesde massa-extinctie bevinden. Deze massa-extinctie wordt echter niet veroorzaakt door natuurrampen, maar door de mens. En er is nog een groot verschil, zo stellen onderzoekers in het blad PNAS. Het gaat namelijk allemaal veel sneller dan tijdens voorgaande massa-extincties. En daardoor kan het proces van evolutie geen soelaas bieden.

“Er zijn honderden soorten spitsmuizen, dus zij kunnen het wel hebben dat er een paar soorten uitsterven”

Database
De onderzoekers baseren hun conclusies op een uitgebreide database gevuld met zoogdiersoorten die vandaag de dag leven en recent – dat wil zeggen: in de periode dat Homo sapiens op aarde actief is – zijn uitgestorven. Op basis van deze database konden de onderzoekers de impact die wij op andere zoogdieren hebben, in kaart brengen. Daarbij moet worden opgemerkt dat het uitsterven van de ene soort niet zo schokkend is als die van de andere soort, zo legt onderzoeker Matt Davis uit. “Grote zoogdieren of megafauna, zoals grondluiaards en sabeltandtijgers, die zo’n 10.000 jaar geleden verdwenen, waren evolutionair gezien heel onderscheidend. Aangezien zij maar een paar nauw verwante familieleden hadden, betekende hun uitsterven dat complete takken van de evolutionaire stamboom werden afgehakt.” Kort samengevat: “Er zijn honderden soorten spitsmuizen, dus zij kunnen het wel hebben dat er een paar soorten uitsterven. Er waren slechts vier soorten sabeltandtijgers en zij zijn allemaal uitgestorven.”

Bedreigde soorten
In hun studie keken de onderzoekers niet alleen naar dieren die reeds uitgestorven zijn, maar ook naar dieren die dreigen uit te sterven. Denk aan de zwarte neushoorn die naar verwachting binnen vijftig jaar verdwijnt. Of Aziatische olifanten die mogelijk de 22e eeuw niet meer gaan meemaken. “Hoewel we ooit in een wereld gevuld met reuzen leefden – reuzenbevers, reuzengordeldieren, reuzenherten, etc. – leven we nu in een wereld die steeds armer wordt aan grote wilde zoogdiersoorten. De weinige reuzen die nog over zijn – zoals neushoorns en olifanten – dreigen snel te worden weggevaagd,” aldus onderzoeker Jens-Christian Svenning.

Deze illustratie laat zien hoe de kleinere zoogdieren de komende 3 tot 5 miljoen jaar moeten evolueren en diversificeren om het verlies van grote zoogdieren ‘goed te maken’. Afbeelding: Matt Davis / Aarhus University.

Regeneratie
Op basis van de informatie die we over uitgestorven en ernstig bedreigde diersoorten hebben, stelden de onderzoekers zich vervolgens de volgende vraag: kunnen bestaande zoogdieren dit verlies aan biodiversiteit op eigen houtje goedmaken? Met behulp van krachtige computers en geavanceerde evolutionaire simulaties en informatie omtrent verwantschap van soorten en lichaamsomvang van bestaande en uitgestorven zoogdieren konden onderzoekers vaststellen hoelang het herstel zou duren. En het ziet er niet goed uit. In het beste scenario stoppen we abrupt met het vernietigen van leefgebieden en wegvagen van andere zoogdieren, waardoor die zoogdieren weer net zo traag uitsterven als in het verleden. Maar zelfs in dat rooskleurige scenario zouden zoogdieren 3 tot 5 miljoen jaar nodig hebben om zich zodanig te diversificeren dat ze de takken van de evolutionaire stamboom waarvan we mogen verwachten dat ze in de komende vijftig jaar verdwijnen, kunnen vervangen. En het duurt in dat scenario meer dan vijf miljoen jaar om ook het stukje biodiversiteit dat in de ijstijd – in de vorm van megafauna – verloren is gegaan, te regenereren.

Het onderzoek is meer dan een geduchte waarschuwing alleen. De onderzoekers hebben immers een methode ontwikkeld om soorten die evolutionair gezien het meest onderscheidend zijn, te identificeren. En door juist die soorten te beschermen, kunnen we de ernstigste extincties mogelijk afwenden. Dergelijke inspanningen zijn zonder meer de moeite waard, benadrukt Davis. “Het is veel gemakkelijker om de biodiversiteit nu te redden dan deze later opnieuw te laten evolueren.”