Onze voorouders deden zich te goed aan een vet dieet waardoor ze al eerder grotere hersenen ontwikkelden.

Onder antropologen heerst de algemene aanvaarde opvatting dat het eten van vlees de cruciale factor was voor de evolutie van de mens. Maar een nieuwe studie beweert nu dat onze menselijke voorouders lang voordat ze op grote zoogdieren begonnen te jagen, al een vet dieet nuttigden. En dit vette dieet zou hebben geholpen om grotere hersenen te ontwikkelen, waardoor de evolutie van de mens al eerder op gang kwam dan tot nu toe gedacht.

Karkassen
In het paper betogen de onderzoekers dat onze menselijke voorouders zich te goed deden aan merg dat ze uit overblijfselen van dierlijke skeletten haalden. Onze voorouders waren eigenlijk een soort aaseters, die de restjes aten uit karkassen die door andere roofdieren waren gedood en opgegeten. “Onze voorouders zijn waarschijnlijk vier miljoen jaar geleden al begonnen met het proeven van vet,” zegt hoofdauteur Jessica Thompson. “Het vet dat in de karkassen zat, was een enorm caloriepakket. Dit was de aftrap naar de menselijke evolutie.”


Gras

Onze menselijke voorouders waren alles behalve moeilijke eters. Wist je bijvoorbeeld dat ze zich 3,8 miljoen jaar geleden al te goed deden aan gras?

Verschil
Hoewel het onderscheid tussen vet en vlees subtiel lijkt, is het verschil volgens de onderzoeker aanzienlijk. Zo zijn de voedingsstoffen van vlees en vet verschillend, evenals de wijze die nodig is om aan vlees of vet te komen. Voor het verkrijgen van vlees heb je bijvoorbeeld scherpe, gebeitelde gereedschappen nodig, terwijl het vetrijke merg alleen een steen vereist om botten te breken. De zucht van onze voorouders naar dit vetrijke merg heeft waarschijnlijk geleid tot de toename van de grootte van de hersenen. Het is goed mogelijk dat pas daarna de mens op het idee kwam om geavanceerde gereedschappen te maken om op grote dieren te jagen.

Menselijk brein
De studie geeft ook meer inzicht in hoe onze menselijke voorouders de extra calorieën verzamelden die nodig zijn om een groter brein te ontwikkelen. Zo gebruikt ons menselijk brein dubbel zoveel energie als de hersenen van andere primaten. Zelfs in ruststand verbruikt ons brein nog 20 procent van de energie van ons lichaam. Het eten van vlees geeft geen sluitende verklaring. “Het vlees van wilde dieren is mager,” zegt Thompson. “Het kost eigenlijk meer werk om magere eiwitten om te zetten dan dat je ervoor terug krijgt.” Het eten van mager vlees zonder een goede bron van vetten kan zelfs leiden tot eiwitvergiftiging en acute ondervoeding. Hierdoor stellen de onderzoekers dat het eten van vlees de hersenontwikkeling waarschijnlijk niet genoeg heeft gestimuleerd.

“Onze menselijke voorouders waren waarschijnlijk wat ongemakkelijke wezens,” zegt Thompson. “Ze konden niet goed in bomen klimmen zoals chimpansees, maar ze gedijden ook niet zo goed op de grond. Dus wat maakten hen dan zo succesvol? In dit stadium was er al een kleine toename in de grootte van de hersenen. Hoe konden ze dit voeden?” Het antwoord hebben de onderzoekers nu gevonden. Het echte goud lag dus niet in vlees, maar in het eten van vetrijk merg dat onze voorouders met stenen uit de beenderen en ledematen van overblijfselen van dieren visten.