melk

Melk is goed voor elk, zo leerden we. Maar slechts een klein deel van de wereldbevolking kan – dankzij een sterke natuurlijke selectie – zonder winderigheid en krampen melk drinken. De vraag die wetenschappers al jaren bezighoudt, is: wat is het grote evolutionaire voordeel van melk drinken? Een nieuw onderzoek veegt nu wat lang het meest aannemelijke antwoord op die vraag was, van tafel.

De meeste mensen kunnen kort nadat ze geen borstvoeding meer krijgen geen lactose – de belangrijkste suiker in melk – meer verteren. Ze worden dan lactose-intolerant. Zodra ze melk drinken, krijgen ze last van krampen, een opgeblazen gevoel en winderigheid.

Melkdrinkers
Ongeveer een derde van de wereldbevolking – voornamelijk mensen wier voorouders uit Europa, het Midden-Oosten, Afrika en Zuid-Azië komen – heeft daar geen last van. Deze mensen kunnen ook wanneer ze ouder worden gewoon melk blijven drinken. Uit eerder onderzoek is al gebleken dat mensen in verschillende delen van de wereld deze vaardigheid onafhankelijk van elkaar ontwikkeld hebben. Dat suggereert dat achter de ontwikkeling van deze vaardigheid een sterke natuurlijke selectie schuilgaat en dat het drinken van melk op deze plekken een sterk evolutionair voordeel heeft. Maar welk voordeel is dat dan?

De zon
Eén van de meest aannemelijke hypotheses stelt dat het alles te maken heeft met de zon. Boeren die lang geleden in het noorden van Europa leefden werden relatief weinig aan zonlicht blootgesteld en kregen dus weinig vitamine D binnen. Daarmee liepen ze een verhoogd risico op botaandoeningen. Melk is een bron van vitamine D en calcium. Dus wanneer mensen tot op hogere leeftijd in staat waren om melk te drinken, leverde dat een grotere overlevingskans (en dus een flink evolutionair voordeel) op.

Het klinkt heel aannemelijk, maar een nieuw onderzoek schoffelt deze hypothese onderuit. Wetenschappers verzamelden DNA van de eerste boeren die in het zonnige Spanje leefden en vergeleken dat met het DNA van moderne Spanjaarden. Uit het onderzoek blijkt dat de vaardigheid om melk te kunnen drinken zich op deze zonovergoten plaats net zo snel verspreidde als op plekken waar men minder zonlicht vangt. Het suggereert dat een gebrek aan zonlicht niet de drijvende kracht achter deze vaardigheid is. Er speelt dus (nog) iets anders. Wat? Dat weten de onderzoekers nog niet.