Voor het eerst slagen sterrenkundigen erin om de beweging van een exoplaneet te volgen. Dit melden onderzoekers van ESO. Het gaat om een planeet bij de ster Bèta Pictoris. Het systeem is slechts twaalf miljoen jaar oud: een bewijs dat gasreuzen relatief snel ontstaan.

De planeet heeft de kleinste baan van alle tot nog toe rechtstreeks waargenomen exoplaneten: zijn afstand tot de ster is vergelijkbaar met die van Saturnus tot de zon. Wetenschappers denken dat hij op soortgelijke wijze is ontstaan als de reuzenplaneten in ons zonnestelsel.

Bèta Pictoris
Bèta Pictoris is 3.000 keer jonger dan de zon en 75% zwaarder dan onze moederster. De ster is zestig lichtjaar verwijderd van de zon en wordt omringd door een stofschijf. Uit eerdere waarnemingen blijkt dat deze schijf enigszins gekromd is, dat er schuin op de hoofdschijf een secundaire schijf staat en dat er kometen naar de ster toe vallen. “Dat waren indirecte, maar duidelijke aanwijzingen dat er een zware planeet aanwezig moest zijn, en onze nieuwe waarnemingen tonen dat onomstotelijk aan,” zegt teamleider Anne-Marie Lagrange. “Omdat de ster zo jong is, bewijzen onze resultaten dat in zo’n stofschijf binnen enkele miljoenen jaren reuzenplaneten kunnen ontstaan.”

Recente waarnemingen hebben aangetoond dat de schijven rond jonge sterren zich binnen enkele miljoenen jaren verspreiden, en dat de vorming van reuzenplaneten zich sneller moet voltrekken dan voorheen werd gedacht. Bèta Pictoris vormt het duidelijke bewijs dat zo’n snelle vorming inderdaad mogelijk is.

Verdwijnende ‘ster’
In 2003, 2008 en 2009 heeft het onderzoeksteam het instrument NAOS-CONICA gekoppeld aan een van de 8,2-meter telescopen van ESO’s Very Large Telescope (VLT), gebruikt om de directe omgeving van Bèta Pictoris te bestuderen. In 2003 zagen wetenschappers een zwakke lichtbron in de schijf, maar toen kon nog niet helemaal worden uitgesloten dat het een achtergrondster betrof. Op nieuwe opnamen uit 2008 en het voorjaar van 2009 is de bron echter verdwenen! Op de meest recente waarnemingen, uit het najaar van 2009, is het object aan de andere kant van de schijf zien: klaarblijkelijk ging het een tijdje schuil achter de ster of is het (onzichtbaar door de sterrengloed) vóór de ster langs bewogen. Dit bewijst dat de zwakke lichtbron inderdaad een planeet is die om Bèta Pictoris draait.

Extreem zware planeet
De planeet is ongeveer negen keer zo zwaar als de planeet Jupiter en heeft daarmee de juiste massa en positie om de waargenomen kromming in het binnenste gedeelte van de stofschijf van Bèta Pictoris te verklaren. Zijn ontdekking vertoont daardoor enige overeenkomst met de voorspelling van het bestaan van Neptunus door de negentiende-eeuwse sterrenkundigen Adams en Le Verrier, die op waarnemingen van de baanbeweging van Uranus was gebaseerd.

“Net als de planeten die bij de jonge, zware sterren Fomalhaut en HR8799 zijn ontdekt, wijst het bestaan van Bèta Pictoris b erop dat super-Jupiters mogelijk veelvoorkomende bijproducten zijn van de vorming van zware sterren,” legt teamlid Gael Chauvin uit.

Zulke planeten verstoren de schijven rond hun sterren, waardoor structuren ontstaan die gemakkelijk waarneembaar zouden moeten zijn met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), de revolutionaire telescoop die ESO momenteel samen met internationale partners aan het bouwen is.

Verre dwalers
Nog een paar andere planeetkandidaten zijn gefotografeerd, maar deze zijn stuk voor stuk verder van hun moederster verwijderd dan Bèta Pictoris b. Als ze zich in ons zonnestelsel zouden bevinden, zouden zij allemaal in de buurt van of voorbij de baan van de verste planeet (Neptunus) te vinden zijn. Het ontstaansproces van deze verre planeten verloopt waarschijnlijk heel anders dan van die in ons zonnestelsel en bij Bèta Pictoris.

“De recente directe opnamen van exoplaneten – waarvan vele zijn gemaakt met de VLT – tonen aan hoe divers planetenstelsels kunnen zijn,” aldus Lagrange. “Van deze is Bèta Pictoris b het meest veelbelovende geval van een planeet die op dezelfde manier is ontstaan als de reuzenplaneten in ons zonnestelsel.”