Het virus kun je overleven. Een overdosis bleek niet.

Wereldwijd wordt er door talloze onderzoekers gezocht naar een effectieve en veilige behandeling tegen COVID-19. En dat resulteert zo af en toe in voorzichtige succesverhalen. Maar laten we als-je-blieft niet te vroeg juichten, zo stellen onderzoekers in het blad Australian Prescriber. Want het omarmen van experimentele behandelingen kan deze coronacrisis nog veel erger maken dan ‘ie al is.

Niet te snel
“We moeten niet te snel medicatie gaan toepassen waarvan we nog niet weten of deze veilig is en hoe deze werkt,” stelt onderzoeker Darren Roberts. “Op dit moment zijn alle medicijnen tegen COVID-19 nog experimenteel,” zo benadrukt hij. “Voorgestelde behandelingen tegen COVID-19 zijn voornamelijk gebaseerd op laboratoriumonderzoek. En sommige onderzoeken worden al gepromoot voor ze grondig door andere onderzoekers zijn geanalyseerd.”


Die haast is ergens logisch. Want de urgentie is hoog. Sinds het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 eind vorig jaar in China opdook, is het virus al bij meer dan 4 miljoen mensen vastgesteld. En meer dan 286.000 mensen zijn door toedoen van het virus overleden. En toch is de haastige ontwikkeling en toepassing van een behandeling niet op zijn plaats. Sterker nog: het is ronduit gevaarlijk.

Chloroquine
Als voorbeeld halen onderzoekers een haastig opgezette studie in Brazilië aan, waarbij coronapatiënten het malariamedicijn chloroquine toegediend kregen. De studie moest worden stopgezet, omdat patiënten hartritmestoornissen ontwikkelden en de sterfte wat hoger bleek te liggen in de groep proefpersonen die een hogere dosis van het medicijn toegediend hadden gekregen. Vergelijkbare zorgen zijn er inmiddels over hydroxychloroquine, het anti-malaria-medicijn dat de Amerikaanse president Donald Trump eerder promootte als het wondermiddel tegen COVID-19.

Tekorten
“Een ander risico van het voorschrijven van enkele onbewezen medicijnen is dat het kan leiden tot tekorten,” waarschuwt Roberts. Waarbij mensen die de medicijnen gebruiken voor een aandoening waarvan wel bewezen is dat deze met deze medicatie verholpen of verlicht kan worden, met lege handen komen te staan.


Doe dit niet thuis
Maar er schuilen nog meer gevaren in het ‘hypen’ van experimentele behandelingen tegen COVID-19. Zo weten we dat sommige mensen – vaak gedreven door angst – sterk geneigd zijn om alles te proberen. Zo zijn er al verhalen bekend van mensen die in reactie op het ietwat voorbarige nieuws dat chloroquine COVID-19 kan bestrijden, een aquariumreiniger met daarin een vrijwel gelijknamig goedje, hebben geconsumeerd. Een Amerikaan moest dat met de dood bekopen en zijn vrouw belandde in het ziekenhuis. Ook de inname of het inhaleren van bleek – een naar eigen zeggen sarcastisch bedoelde suggestie van Trump – zorgde eerder voor gezondheidsproblemen.

Medicijnen laten staan
Sommige mensen omarmen vroegtijdig experimentele behandelingen. Maar het tegenovergestelde gebeurt ook: sommige mensen laten hun medicatie staan, omdat enkele studies voorzichtig suggereren dat die medicatie de kans op complicaties bij een virusinfectie vergroot. Zo was er in maart bijvoorbeeld discussie over bloeddrukverlagende middelen die de virusinfectie zouden verergeren. Die zorgen konden later werden weggenomen. “En patiënten kregen het advies de medicatie te blijven gebruiken. De schade die ontstaat als patiënten met hartproblemen of andere hart- en vaatziekten stoppen met de medicatie is waarschijnlijk veel groter dan het onbewezen risico dat mensen lopen op een ernstigere vorm van COVID-19.”

Spaanse griep
Het omarmen van experimentele behandelingen in een crisis van deze omvang is overigens van alle tijden. Zo zagen we het ook in voorgaande pandemieën gebeuren. Zo zouden er tijdens de Spaanse griep extra doden zijn gevallen doordat mensen een overdosis aspirine namen. En tijdens de SARS-epidemie in 2003 lijken hoge doses van het antivirale medicijn ribavirine voor extra complicaties te hebben gezorgd.

Hoop en onzekerheid
Laten we dezelfde fouten niet opnieuw maken, zo stelt Roberts. “Er zijn nu meer dan 300 onderzoeken geregistreerd waarin meer dan 50 medicijnen tegen COVID-19 worden onderzocht. Zij genereren zowel hoop als onzekerheid (…) COVID-19 plaatst ons voor een aantal uitdagingen. We zouden de crisis niet te lijf moeten gaan door op basis van onvoldoende bewijs ongeschikte medicatie voor te schrijven en zo de kans op beschadigde patiënten en medicijntekorten te vergroten.” Nuchterheid is op zijn plaats. Een wondermiddel is pas een wondermiddel als het bewezen effectief en veilig is. En dat bewijzen kost tijd. Die tijd is kostbaar. Zeker in een pandemie. Maar we hebben die tijd nu eenmaal nodig. “Gezien de snelheid waarmee de pandemie zich ontwikkelt, lijken de processen die je moet doorlopen alvorens een klinisch onderzoek gestart kan worden, misschien lang te duren. Maar deze processen zijn nodig om een protocol te ontwikkelen, de benodigde middelen te verzamelen en je ervan te verzekeren dat patiënten zodanig gemonitord worden dat een aan de behandeling gerelateerde sterfte voorkomen wordt.”

Als het om nieuwe behandelingen gaat – of de toepassing van bestaande behandelingen in combinatie met andere medicatie of in andere doses – is geduld dus op zijn plaats. Net als enige relativering van ogenschijnlijke succesverhalen. Die in dit stadium veelal nog handelen over overwinningen in petrischaaltjes of – in het gunstigste geval – in kleine patiëntgroepen. Misschien zit er een behandeling bij waarmee we de strijd tegen COVID-19 kunnen winnen. Maar laten we onderzoekers de tijd gunnen om dat uit te zoeken. Dat is geen luxe – die we ons nu misschien niet kunnen veroorloven – maar een absolute noodzakelijkheid. Ook in een pandemie. Of beter gezegd: juist in een pandemie. Want als veel mensen door een ziekte getroffen worden, betekent het dat een eventuele behandeling ook op veel mensen zal worden losgelaten. En dan moet je zeker weten dat zo’n behandeling werkt en veilig is. En je – weliswaar goedbedoeld – en passant geen nieuwe gezondheidsproblemen creëert.