Voor de bezetter gaan werken met zo’n ijver, dat je besluit voor de nazi´s onschuldigen te verraden, te folteren en zelfs te vermoorden. Wat bezielde de extreme collaborateur?

Met deze vraag houdt sociaal wetenschapper Paul van de Water zich sinds jaar en dag bezig. Aanvankelijk geïntrigeerd door een ver familielid Lucas Bunt, een Friese oorlogsmisdadiger, stuitte hij tijdens zijn onderzoek op nog meer collaborateurs die in hun werklust wel erg ver gingen. Van de Water besloot zijn onderzoek breder te trekken, hierover een proefschrift en een boek te schrijven, te weten ‘In dienst van de nazi’s, gewone mensen als gewelddadige collaborateurs‘.

Van gewoon mens naar oorlogsmisdadiger
“Waarom gingen mensen zonder enig crimineel verleden of achtergrond voor de bezetter werken en werden zij in dienst van de bezetter, misdadig? Dat was eigenlijk mijn centrale vraag. Het antwoord is niet zo eenduidig, het blijkt een complexe mengeling van sociale en psychologische factoren. Daarbij zie je wel vaak dezelfde elementen terugkeren, maar niet altijd. De ene collaborateur was de andere niet.”


“Wat voor mij de belangrijkste uitkomst was, was dat deze mensen een keuze maakten. Ze waren dus niet zomaar slachtoffer van hun omgeving en de tijd waarin ze leefden. Het zijn hun persoonlijke overwegingen geweest om hun mede-mensen op soms beestachtige wijze, te behandelen. De gedachte, die eigenlijk best lang geheerst heeft, zo van: collaborateurs werden “gedwongen” door de omstandigheden, dié gedachte werp ik geen kilometer van me af, maar wel 20 kilometer. Ik heb tientallen gewelddadige individuen onderzocht en daaruit bleek wel degelijk dat er ook in hun persoonlijkheid aspecten zaten, die goede ingrediënten bleken te zijn voor hun wandaden.”

Bewuste keuzes en ondergeschikte gewetens
“Dat blijkt bijvoorbeeld ook wel uit de psychiatrisch rapporten die over hen na de oorlog zijn opgesteld. Daarin staat telkens weer te lezen dat oorlogsmisdadigers impulsief handelden, niet in staat waren op hun eigen daden te reflecteren en juist wel over het vermogen beschikten om het geweten ondergeschikt te maken aan het uitvoeren van opdrachten en het te behalen voordeel uit hun misdaden.”

“Echt carrière maken deed je niet, maar veel extreme collaborateurs werden er in ieder geval financieel flink wijzer van”

Eén van die aspecten bleek opportunisme volgens Van de Water. “Werken voor de Duitsers, daar werd je simpelweg beter van. Zeker als je laag opgeleid was, had je in die tijd niet veel kansen op bestaanszekerheid. De Duitsers keken niet zo nauw naar je kwalificaties. Als je maar anti-verzet was en bereid was mee te werken aan de opsporing en uitroeiing van alles en iedereen die de Duitsers of de nazi-ideologie bedreigden, mocht je aan boord komen.”


Financieel gewin
“Echt carrière maken deed je niet, maar veel extreme collaborateurs werden er in ieder geval financieel flink wijzer van. En dan hebben we het echt over veel geld. Dat gebeurde natuurlijk door middel van roof, diefstal en afpersing en die misdaden legden hen geen wind-eieren. Je kon jezelf dus goed verrijken. Er was daar bijvoorbeeld de Amsterdamse politieagent Sam Olij. Nadat hij na de oorlog was gearresteerd, werd zijn huis onderzocht. Ze vonden koffers, vol met kostbaarheden, juwelen en geld. Zoveel koffers dat ze buiten zijn woning in een rij werden neer gezet. Die rij liep van de ene hoek van de straat tot de andere. En nog stond niet alles buiten.”

Sam Olij was een bokser die in 1928 deelnam aan de Olympische Spelen. Hier zie je hoe hij tijdens de intocht van de Nederlandse Olympische ploeg dienst deed als banierdrager. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontpopte Olij zich tot een Jodenjager en pakte hij zelfs Olympisch teamgenoot Ben Bril en zijn gezin op. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

“Olij was eerder regel dan uitzondering. Toen de vrouw van een andere collaborateur na de oorlog werd opgepakt, probeerde ze net te vluchten. Ook een grote koffer bij haar, natuurlijk ook met sieraden en geld. Ze bleef bij hoog en laag volhouden dat de spullen van haar waren, maar kon niet verklaren waarom er zoveel trouwringen bij zaten. Met andere initialen dan die van haar en haar man erin, uiteraard. Zelfverrijking komt steeds weer terug in mijn onderzoek. Het werk voor de Duitsers betaalde misschien zelf niet eens zo goed, maar de neveninkomsten waren meer dan prima.”

Geweld als wenselijk middel
“Daarvoor moesten zij geweld gebruiken. Met de indiensttreding bij de Duitsers kwamen zij in een systeem, waarin geweld niet alleen een normaal, maar zelfs wenselijk middel was om informatie te krijgen en de strijd aan te binden met alles anti-nazi. Dat geweld nam gaandeweg alleen nog maar toe, omdat de strijd tussen verzet en bezetter ook toenam. Dus als extreme nazi-sympathisanten veel geweld moesten gebruiken in hun werk en voor hun zakcentje, of zelfs moorden, dan hadden zij dat er blijkbaar voor over. Eigenlijk net als hedendaagse misdadigers.”

Macht
Overigens was het niet zo dat dit opportunisme zich altijd in geldelijk gewin vertaalde. Ook het idee van macht en zeggenschap over mensen, in het algemeen, was een aantrekkingskracht. De auteur verhaalt het voorbeeld van een burgemeester van een klein stadje in Drenthe. “In normale tijden, buiten de oorlogstijden om, zouden dit soort lieden nooit het ambt hebben kunnen bekleden, maar de NSB stelde de eisen een beetje bij en startte een burgemeesterscursus voor sympathisanten met een dorst naar macht. Die moesten kunnen lezen en schrijven, maar dat was het dan ook wel. Als je maar een beetje wist hoe de hazen bestuurlijk liepen, vond de NSB het wel best. Dat gold niet zozeer voor de grote steden, maar in kleinere plaatsen wel.”

Burgemeesterscursus van de NSB
“Zo kwam er ook in dat Drentse dorp een burgemeester die zich eens flink ging inzetten in de jacht op joden en verzetslieden. Hij liet een hele groep landwachters uit Amsterdam komen, de latere beruchte Bloedploeg Norg en toog hoogstpersoonlijk met hen op pad om alles wat maar anti-Duits riekte, te vernietigen. Zijn doel zal niet zo zeer financieel zijn geweest, ook al weet je het natuurlijk nooit zeker. Maar het hebben van macht over zijn medemensen sprak hem wel aan.”

Opportunistisch tijdens en na de oorlog
Opvallend is, dat ook na de oorlog, de heulende Nederlanders zich opportunistisch bleven gedragen. Van de Water wijst in dit verband vooral op het geloof dat collaborateurs veelvuldig aanhingen, eenmaal gearresteerd en opgesloten. “Stuk voor stuk werden ze opeens allemaal vreselijk religieus in de bajes. Gelovig zijn, dat had namelijk nogal wat voordelen. Je mocht zondag naar de kerk en je had andere religieuze vrijheden, die andere gevangenen niet hadden. Het kon ook zijn dat de gevangenisbewaarders gelovig waren en dan stond je er als gevangene natuurlijk net wat beter bij hen op. En als het ging om gratie, pardon en vervroegde vrijlating was het absoluut een pré om gelovig te zijn. Men dacht dat je je leven dan gebeterd had. Ik heb gekeken naar hoeveel van de door mij onderzochte gewelddadige collaborateurs die gelovig werden in de gevangenis, gelovig bleven na hun vrijlating. Bijzonder weinig.”

Drank en sadisme
Ook zaken als verslavingsgevoeligheid en puur sadisme is de extreme sympathisant niet vreemd. “Zacharias Sleijfer, ook behorend tot het beruchte viertal van Friesland, schepte er simpelweg genoegen in mensen pijn te doen. Hij was eigenlijk niet een gewoon mens, dat bleek ook al uit zijn jeugd. Hij mishandelde zijn ouders, die waren bang voor hem. En hij vermoordde zijn huisdieren. Hij valt dus niet in de categorie van heulers, die pas na hun indiensttreding bij de bezetter, misdadig worden. Zijn daden zijn echt onbeschrijflijk en wreed. Net zoals die van de Bloedploeg Norg. We weten dat die lui constant in een toestand verkeerden van complete laveloosheid. Iets wat je meer ziet bij oorlogsmisdadigers. De vraag is dan natuurlijk: dronken ze om hun daden te kunnen begaan, of om hun daden te kunnen vergeten? Het antwoord zal ergens in het midden liggen.”

Wat er zich precies in de geesten van sympathiserende oorlogsmisdadigers heeft afgespeeld, zullen we misschien nooit helemaal weten. Wat wel duidelijk is dat zij bewust besloten het verkeerde pad op te gaan. Of zoals Van de Water besluit: “Het ging hen niet om het sociaal-nationalisme. Die ideologie was eerder een verkapping van hun opportunisme.”