Een extreme vorm van IVF: ICSI, waarbij sperma gedwongen wordt om het eitje in te gaan wordt te vaak gebruikt en kan onvruchtbaarheid aan de volgende generatie doorgeven. Dat concludeert Andre Van Steirteghem. Hij ontdekte ICSI en zorgde er achttien jaar geleden voor dat de eerste vrouwen dankzij ICSI zwanger konden worden.

ICSI (Intracytoplasmatische sperma-injectie) is bedoeld voor stellen waarvan de man slecht of weinig sperma heeft. Men brengt bij deze methode één spermacel direct in het eitje. Doordat er slechts één spermacel wordt gebruikt, kan er geen natuurlijke selectie plaatsvinden. In de race om het eitje worden normaal gesproken de slechte spermacellen – deze bevatten genetische fouten – al snel uitgeschakeld. Dat gebeurt bij deze methode dus niet. Daarom zou ICSI volgens Van Steirteghem ook niet te vaak gebruikt moeten worden omdat er de kans is dat de onvruchtbaarheid van de ouders aan de kinderen wordt doorgegeven.

ICSI werd in 1992 gelanceerd en wordt in vele klinieken toegepast. In Europa bestaan de vruchtbaarheidsbehandelingen bijvoorbeeld voor tweederde uit ICSI. Tien jaar geleden was dat slechts nog eenderde. En daar is de ICSI-pionier Van Steirteghem niet blij mee. “Ik heb vanaf het begin gemerkt dat verschillende klinieken ICSI voor iedereen gebruiken. Ik denk niet dat dat nodig is als je methodes zoals de conventionele IVF-behandeling hebt. Deze is minder aanvallend en kan stellen waarbij de vrouw onvruchtbaar is of de reden van onvruchtbaarheid onbekend is en de hoeveelheid sperma normaal is, helpen. Ik zie geen reden om in deze gevallen ICSI te gebruiken. We zullen zien wat er in de toekomst gebeurd en bestudering van de gevolgen op lange termijn is extreem belangrijk, maar ja: ICSI is te vaak gebruikt.”

Van Steirteghem pleit voor IVF, maar zich is er tegelijkertijd van bewust dat ook deze methode wellicht niet bevorderlijk is voor de komende generaties. “Er zijn genetische oorzaken van onvruchtbaarheid die je kan doorgeven met deze technologie, dat betekent dat de volgende generatie misschien ook onvruchtbaar is. En dat is iets wat klinieken hun patiënten zouden moeten vertellen.”