Ultra-Trail du Mont-Blanc

Het lichaam lijkt beter bestand te zijn tegen de meest uitdagende marathon van 330 kilometer door de Italiaanse Alpen dan tegen een kortere vergelijkbare marathon. Hoe dat kan, hebben wetenschappers ontdekt.

Bij de Tor des Geants volgt iemand een parcours van 330 km. Alsof dat nog niet zwaar genoeg is, loopt het parcours ook nog door de steile Italiaanse Alpen. Renners krijgen daarbij te maken met ongeveer 24.000 meter hoogteverschil wanneer ze op en over zo’n 25 bergpassen lopen. Toch is deze lange barre tocht minder vermoeiend voor spieren en zenuwen, geeft het minder spierschade en ontstekingen dan kortere bergmarathons.

Tijd
Het gaat er niet om wie het snelst kan rennen. Het lichaam moet goed tegen een stootje kunnen, wilt iemand de finish heelhuids bereiken. Deelnemers krijgen 150 uur de tijd voor deze lichamelijk intensieve uitdaging. Of, waar en wanneer ze slapen, mogen ze helemaal zelf bepalen. De één – hoe gespierd en getraind hij is – haalt het niet, terwijl de ander het met ‘gemak’ doet in nog geen 80 uur tijd. De vraag die wetenschappers van de University of Lausanne zich dan ook stelden was: hoe kan het dat de mensen die de finish van deze slopende race behalen uiteindelijk minder spierpijn en vermoeidheid voelen in vergelijking met de fitte atleten die kortere marathons lopen?

Vergelijking
Om dit te achterhalen, monitorden de onderzoekers de prestaties van 25 topdeelnemers van de vorige Tor des Geants die bij de beste 40 procent behoorden. Ze testten op slaapgebrek en verschillende bloed –en spiermarkers voor spiervermoeidheid en ontstekingen. De resultaten vergeleken zij met de resultaten van andere atleten met een vergelijkbare fitheid. Deze atleten deden eerder mee aan de 166 km lange Ultra-Trail du Mont-Blanc – een vergelijkbare race, maar dan korter. “Ontstekingen en spierschade bleken veel minder voor te komen bij de atleten die de Tor des Geants deden dan die het kortere parcours hadden gelopen,” zegt onderzoeker Jonas Saugy.

Strategie
Saugy en zijn collega-onderzoekers leggen in hun studie in PLoS ONE uit dat de reden achter dit verrassende resultaat te maken heeft met een slimme aanpassingsstrategie van de snelheid. Hiernaast heeft een slaaptekort invloed op hoe het lichaam reageert op de opbouwende vermoeidheid van de tocht. “Gedurende de eerste helft van de race gebruikten de renners een anticiperende aanpassingsstrategie van de snelheid,” zegt Saugy. “Ze sliepen niet veel en probeerden eigenlijk gewoon zo ver mogelijk te rennen in een zo kort mogelijke tijd. Naarmate de race vorderde, werden zij door hun slaapgebrek gedwongen hun snelheid toch te minderen. Dit doet het lichaam ter bescherming van het spierweefsel.” Aan het einde van de race gingen deelnemers toch maar meer slapen. Ook dit geeft het lichaam aan om het spierweefsel te beschermen en is misschien wel het belangrijkste, zegt Saugy.

Op een goede manier de snelheid aanpassen is echt essentieel bij dit soort extreme uithoudingswedstrijden. Waarom? De onderzoekers stellen dat dit een vroege verandering in de biomechanica omvat, en een strategie voor de slaap, voeding, hydratering en het omgaan met hoogteverschillen. Iemand moet daarvoor niet te snel of te langzaam gaan, maar simpel gezegd goed naar zijn lichaam luisteren.