Zijn die Facebook-vrienden toch nog ergens goed voor.

Op dit moment zijn er verschillende manieren om infectieziekten te bestrijden: monitoren (door een kleine subpopulatie met een verhoogde kans op een infectie te monitoren, proberen onderzoekers een uitbraak te voorspellen) en vaccineren. In het geval van vaccineren wordt geprobeerd om een zogenaamde kudde-immuniteit te bewerkstelligen (zie kader).

Voor kudde-immuniteit hoef je niet de gehele bevolking te vaccineren, maar wel een groot deel van de bevolking, zo legde Anouk Schuren eerder dit jaar op Scientias.nl uit. “Een infectie kan zich verspreiden als een brand. Als je de Nederlandse bevolking ziet als een grote berg aanmaakhoutjes, en je stopt er één brandend houtje bij (een geïnfecteerd persoon), dan brandt voordat je het weet de hele stapel af. Als je iedereen beschermt door middel van vaccinatie, dan zou dit zelfde brandende houtje terecht komen in een stapel van doorweekte houtjes en dooft het vuur direct uit. Sla je met vaccineren bepaalde mensen over, voor wie het te gevaarlijk zou zijn, dan nog kunnen die beschermd zijn, zo lang ze maar ergens diep in de stapel zitten en omringd zijn door natte houtjes: de kudde.” Hoeveel mensen er ingeënt moeten worden om kudde-immuniteit te bewerkstelligen, is onder meer afhankelijk van de besmettelijkheid van de ziekte: hoe besmettelijker de ziekte is, hoe meer mensen er gevaccineerd moeten worden om kudde-immuniteit te garanderen.

Hoewel vaccineren effectief is, heeft het dus ook een nadeel. Je moet heel veel mensen een vaccin toedienen om die kudde-immuniteit te verkrijgen. En dus is de aanpak vrij prijzig en kansloos als er maar een beperkt aantal vaccins beschikbaar is. Het zou in het laatstgenoemde scenario veel gunstiger zijn als artsen gericht konden vaccineren. Hierbij worden mensen die een centrale rol spelen in een netwerk – en dus ook dienst kunnen doen als super-verspreiders van een gegeven infectie – gevaccineerd om zo het netwerk te beschermen. “Maar dat is in de praktijk lastig, omdat het uitdagend is om de optimale doelen real-time te identificeren,” zo schrijven onderzoekers in het blad Interface.

Facebook
In hun paper komen ze echter met een opmerkelijke oplossing voor dat probleem. Ze stellen voor om virtuele, sociale netwerken zoals Facebook te gebruiken om de beste kandidaten voor vaccinaties te identificeren. Kan dat echt werken? Een in hetzelfde paper beschreven onderzoek suggereert van wel.

Centrale figuren
De onderzoekers bogen zich over de gegevens van 532 Deense studenten. Van alle studenten werd het virtuele sociale netwerk in kaart gebracht en gedurende twee jaar gemonitord. Ook werden de fysieke – dus niet virtuele – contacten van alle studenten in kaart gebracht en gedurende twee jaar in de gaten gehouden. Vervolgens identificeerden de onderzoekers de centrale figuren in de virtuele en fysieke netwerken. Uit het onderzoek blijkt dat mensen die een centrale rol spelen in een virtueel sociaal netwerk ook de mensen zijn die een centrale rol spelen in de echte sociale netwerken.

Vervolgens simuleerden de onderzoekers met behulp van computermodellen een uitbraak van een infectieziekte waarbij alleen de centrale individuen in het virtuele netwerk tegen de infectieziekte gevaccineerd waren. Die aanpak bleek bijzonder efficiënt te zijn. “We ontdekten dat cyber-netwerken nuttig kunnen zijn als we ziekten willen voorkomen,” zo schrijven de onderzoekers. Maar alleen wanneer de ziekte zich over kleine afstanden (bijvoorbeeld via vochtdruppels) verspreidt en niet wanneer ziektes zich over grotere afstanden (bijvoorbeeld via de lucht) verspreiden.