Praktisch en gruwelijk. Dat is de toepassing die de leden van een zeer oude Mexicaanse beschaving hebben bedacht. De mensen maakten van de botten van hun familieleden en bekenden knoppen, kammen, naalden, spatels en nog veel meer huis-tuin-en-keuken-spullen. Dat concluderen Mexicaanse wetenschappers na grondig onderzoek.

De onderzoekers bestudeerden zo’n 5000 botten of restanten daarvan. De botfragmenten zijn afkomstig van de oude stad Teotihuacan. De restanten van deze oude stad bevinden zich op zo’n 48 kilometer afstand van Mexico-Stad. Teotihuacan maakte na 200 voor Christus een enorme groei door en werd een belangrijk cultureel centrum. In het jaar 750 raakte de stad in verval. Een kleine 550 jaar later waren het de Azteken die de stad inlijfden en de naam Teotihuacan (letterlijk: de plaats waar men god wordt) gaven.

Vlees
Met name de beenderen uit de dij, het scheenbeen en de schedel zelf waren in de ogen van de pre-Azteekse beschaving zeer geschikt om hedendaagse voorwerpen van te maken. “De Teotihuacanen gebruikten verschillende stenen als messen om het vlees en de spieren van de beenderen te halen,” vertelt onderzoeker Meza Peñaloza. Dit gebeurde zo spoedig mogelijk nadat de persoon in kwestie was overleden, want hoe langer men wachtte des te brozer het bot werd.

Niet bang
Wij vinden het misschien een gruwelijke gedachte dat onze overleden dierbaren in stukjes in de keukenla liggen, maar volgens de archeologen past het perfect in de beschaving van die tijd. “Ze waren niet bang voor de dood,” weet expert Rebecca Storey (zij was niet bij het onderzoek betrokken). “Ze begroeven de leden van hun familie onder en rondom hun huizen en bewerkten de beenderen.”

Geen kinderen
De bestudeerde botten stammen uit de periode tussen 200 en 400 na Christus. Volgens de onderzoekers gaat het niet om vreemdelingen, maar echt om lokale mensen. Alleen de botten van de Teotihuacanen werden voor de bijzondere vervaardiging van gereedschappen gebruikt. Wat opvalt, is dat het volk geen botten van kinderen gebruikte. “Ze prefereerden de botten van gezonde volwassenen die een natuurlijke dood zijn gestorven,” vertelt Peñaloza. “De levensverwachting in die tijd was vrij kort: mensen stierven in hun dertiger jaren.”

Nader onderzoek
Het is nog onbekend wie de botten bewerkten en wat er met het vlees werd gedaan. De onderzoekers zijn voornemens om exact uit te gaan zoeken waar de gebruikte beenderen van afkomstig zijn. Op basis van de samenstelling van de botten is het mogelijk om na te gaan of de personen in kwestie altijd al in Teotihuacan woonden of oorspronkelijk ergens anders vandaan kwamen.

Waarom de beschaving hun familieleden ‘hergebruikte’ is ook onduidelijk. Het is aannemelijk dat het iets te maken heeft met de talenten van de overledene. “Laten we zeggen dat een bot uit de arm van een goede kleermaker gebruikt werd om naalden te maken. Zo bleef het talent op een bepaalde manier in leven. Of dat iemand een knop van een grootmoeder maakte om zich haar te herinneren. Het is mogelijk. We weten het niet.”