In 29 voor Christus wordt een Romeinse overwinningspilaar opgericht met daarop in hiërogliefen de naam van Octavianus. Daarmee krijgt hij dezelfde behandeling als een farao. Dat blijkt uit een gloednieuwe vertaling van de Egyptische tekens. En dat is vreemd; Octavianus werd namelijk nooit tot farao gekroond.

Octavianus (alias Augustus) versloeg in 31 voor Christus Cleopatra en Marcus Antonius. Cleopatra beroofde zichzelf daarop van het leven en Egypte werd aan Octavianus’ rijk toegevoegd. Hij bestuurde Egypte nog jaren, maar werd volgens historici nooit tot farao gekroond.

Cartouche
Op de pilaar die de wetenschappers de afgelopen tijd onder de loep namen, staat echter iets anders. In drie talen (hiërogliefen, Latijns en Grieks) krijgt Octavianus de eer die traditioneel alleen de farao’s toekwam. Zijn naam is ook als die van de farao’s geschreven: in een cartouche (een cirkel die symbool staat voor het eeuwige leven van de farao, zie hiernaast de cartouche van Ramses).

Bekend
Hoewel wetenschappers zich al zo’n honderd jaar bewust zijn van het bestaan van de pilaar, is de betekenis van de woorden die erop staan pas vorige week de wetenschappelijke wereld binnengedrongen. De hiërogliefen zijn namelijk moeilijk te lezen en men nam lang aan dat de naam van Gallus in de pilaar stond.

Priester
Volgens de vertalers is er geen twijfel mogelijk dat Octavianus op de pilaar alle eer die een farao toekomt, krijgt. De vraag is alleen: waarom? Volgens onderzoeker Martina Minas-Nerpel was het niet Octavianus zelf die de pilaar wilde oprichten, maar hebben de Egyptische priesters zich daarvoor ingezet. 3000 jaar op rij had Egypte een farao. Ze konden simpelweg niet zonder hem. “Ze moesten een handelende farao hebben, de enige mogelijke handelende farao onder Octavianus was Octavianus,” legt Minas-Nerpel uit. “De priesters moesten hem wel als een farao zien, anders zou hun hele begrip van de wereld zijn ingestort.”

Octavianus deed daar niet moeilijk over: de priesters waren machtig en hij diende ze te vriend te houden. Hij had namelijk een dringende behoefte aan het graan uit Egypte. En om dat te krijgen, was een rustig land nodig. En als iemand een crisis kon veroorzaken, dan waren het de priesters. Genoeg reden voor Octavianus om zich bij zijn titel als farao neer te leggen.