Zoetstoffen zijn voer voor discussie. En die discussie is vaak een kluwen van feiten en fabels. Hoog tijd om de boel te ontwarren.

In steeds meer producten tref je zoetstoffen aan. Ze zitten bijvoorbeeld in light dranken, maar ook in suikervrije ontbijtkoek en zoetjes. Maar zoetstoffen kom je niet alleen tegen in de schappen van de supermarkt. Ze duiken ook regelmatig op in verhitte discussies, waarbij de zoetstoffen er lang niet altijd even goed vanaf komen. Zo zouden ze dik maken, de eetlust veranderen en zelfs ronduit gevaarlijk zijn. Weer anderen wijzen liever op de voordelen van de zoetstoffen: ze leveren minder calorieën, zijn beter voor het gebit en kunnen mogelijk helpen bij het handhaven van een gezond gewicht. In die wirwar van beweringen kan het best lastig zijn om feit van fabel te onderscheiden. Genoeg reden om eens contact op te nemen met onderzoeksdiëtist Rob van Berkel en hem enkele veelgehoorde opvattingen over zoetstoffen voor te leggen.

Zoetstoffen: hoe zit het ook alweer?
Zoetstoffen worden toegevoegd aan voedingsmiddelen om ze wat zoeter te maken. Sommige van deze zoetstoffen komen uit de natuur (een bekend voorbeeld is stevia, dat gewonnen wordt uit de steviaplant). Anderen worden industrieel gemaakt (zoals het bekende aspartaam). Omdat zoetstoffen – ongeacht of ze nu uit de natuur of de fabriek komen – toevoegingen zijn, worden ze vaak aangeduid met een E-nummer. Dat E-nummer krijgen zoetstoffen pas als ze – na gedegen onderzoek – veilig zijn bevonden door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid.

Calorieën
Zoetstoffen vind je vaak in suikervrije producten. De suiker is dan ingeruild voor zoetstoffen. En dat heeft gevolgen voor het aantal calorieën in het product. In tegenstelling tot suiker leveren zoetstoffen namelijk geen of nauwelijks calorieën. En als ze al calorieën leveren, gaat het vaak om een verwaarloosbare hoeveelheid; omdat zoetstoffen vele malen zoeter zijn dan suiker, zijn er maar heel weinig zoetstoffen nodig om een product te maken dat net zo zoet is als de suikerhoudende variant. Vaak wordt dan ook gezegd dat zoetstoffen kunnen helpen bij het afvallen of handhaven van een gezond gewicht. Recente studies lijken dat te onderschrijven, maar zoals je eerder al op Scientias.nl kon lezen, houden onderzoekers een stevige slag om de arm. Er zijn namelijk heel veel factoren van invloed op het gewicht, bovendien blijkt het effect dat zoetstoffen op het gewicht van mensen heeft, sterk van persoon tot persoon te verschillen en tevens afhankelijk te zijn van de hoeveelheid suiker die zij eerder nuttigden. Kortom: we kunnen niet zomaar concluderen dat zoetstoffen leiden tot gewichtsverlies.

Maatschepjes met suiker en zoetstoffen.

Dik door zoetstoffen?
Daar tegenover staat dan de claim dat zoetstoffen juist leiden tot gewichtstoename. Ze zouden zorgen voor een hongergevoel en ons uiteindelijk net zo dik of zelfs dikker maken dan suiker. “Sommige mensen hebben de overtuiging dat je van kunstmatige zoetstoffen honger krijgt,” bevestigt Van Berkel. “Dit zou komen doordat kunstmatige zoetstoffen de insuline-afgifte stimuleren, terwijl er geen (of minder) suiker wordt gegeten of gedronken. Dit zou leiden tot een daling van de bloedsuikerspiegel wat een hongergevoel zou opwekken. Studies laten echter eerder het tegenovergestelde zien: mensen krijgen minder calorieën binnen. Later op de dag kan er wel wat compensatie optreden, maar die is niet volledig. Het effect van kunstmatige zoetstoffen op de bloedsuikerspiegel is vergelijkbaar met dat van water.”

Zin in zoet
En hoe zit het dan met de bewering dat zoetstoffen ervoor zorgen dat mensen meer zin krijgen in zoet? “Daar is geen bewijs voor,” aldus Van Berkel. “Een studie uit 2014 heeft daarnaar gekeken. De ene groep deelnemers kreeg gedurende tien weken eten en drinken dat gezoet was met suiker en de andere groep kreeg hetzelfde eten en drinken, maar dan gezoet met kunstmatige zoetstoffen (54% aspartaam, 23% cyclamaat, 22% acesulfaam-K en 1% sacharine). Aan beide groepen werd verteld dat ze eten en drinken met kunstmatige zoetstoffen kregen, zonder het doel van de studie te verklappen. Na tien weken was de suikergroep aangekomen, terwijl de groep die kunstmatige zoetstoffen kreeg was afgevallen. De proefpersonen in de suikergroep rapporteerden ook dat ze minder vol zaten na de lunch en het diner, vergeleken met de groep die kunstmatige zoetstoffen kreeg. Een verschil in het verlangen naar zoet werd niet gevonden.”

“De veiligheid van het gebruik van kunstmatige zoetstoffen wordt continu gemonitord”

Veilig?
Wat velen ook zorgen baart, is de veiligheid van zoetstoffen. Hoewel de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid er gedegen onderzoek naar heeft gedaan, twijfelen velen of er daarbij voldoende gekeken is naar de effecten die de relatief nieuwe zoetstoffen op lange termijn hebben. Maar daarover hoeven we volgens Van Berkel echt niet wakker te liggen. “Voordat een zoetstof aan onze voeding mag worden toegevoegd moet de veiligheid zijn aangetoond. Daarbij is naar verschillende uitkomstmaten gekeken en ook naar de effecten op de lange termijn. Op basis daarvan wordt een ADI (Aanvaardbare Dagelijkse Inname) vastgesteld, waarbij een ruime veiligheidsmarge is ingebouwd. In de praktijk blijft bijna iedereen daar ruim onder en vinden overschrijdingen zelden plaats. Bovendien wordt de veiligheid van het gebruik van kunstmatige zoetstoffen continu gemonitord. Verschillende kunstmatige zoetstoffen worden al geruime tijd door een groot aantal mensen gebruikt. Mocht het gebruik ervan tot gezondheidsrisico’s leiden, dan zou dat al boven water moeten zijn gekomen.” Tegelijkertijd erkent Van Berkel dat er natuurlijk altijd aspecten te bedenken zijn waar nog niet zoveel onderzoek naar is gedaan bij mensen. “Een voorbeeld is het effect van zoetstoffen op de darmflora. Meer onderzoek daarnaar is wenselijk, maar op dit moment is er onvoldoende bewijs om te stellen dat zoetstoffen de samenstelling van de darmflora ongunstig beïnvloeden. Bovendien verschillen zoetstoffen onderling sterk van elkaar wat betreft de opname en verwerking in het lichaam. Ze hebben alleen met elkaar gemeen dat ze een zoete smaak hebben. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat alle zoetstoffen eenzelfde effect op de darmflora hebben.”

Koffie met steviablaadjes.

Het moge duidelijk zijn dat er al ontzettend veel onderzoek naar zoetstoffen is gedaan en we op basis van die studies ook behoorlijk stevige conclusies kunnen trekken en bepaalde discussiepunten kunnen schrappen. Maar consensus over zoetstoffen lijkt – zowel onder wetenschappers als consumenten – ver weg. “Voedingswetenschap is complex, terwijl iedere consument er wel een mening over lijkt te hebben en erover meepraat. Vaak is dat gebaseerd op emotie en overtuigingen die gevoed worden door berichten op sociale media. Onder wetenschappers lijkt er meer overeenstemming te zijn, maar ook die zijn het niet altijd met elkaar eens. Daarbij speelt mee dat iedere studie zijn beperkingen kent waardoor er ruimte blijft voor discussie. Bovendien zullen er wetenschappers zijn die belang hebben bij het verdedigen van hun visie. Het is dus niet zo dat er alleen financiële belangen spelen.”

Het afgelopen jaar zijn er verschillende artikelen op Scientias.nl verschenen om bezoekers te informeren over zoetstoffen. Wat zijn waarheden en wat zijn misvattingen over zoetstoffen? We kijken naar wetenschappelijk onderzoek en horen wat wetenschappers over zoetstoffen zeggen. Deze artikelen kunnen wij publiceren dankzij ondersteuning van Kenniscentrum Zoetstoffen. De inhoud van deze artikelen wordt volledig bepaald door de redactie van Scientias.nl.