Het resulteert in de schatting dat sterren 4×10^84 fotonen (lichtdeeltjes) hebben afgegeven.

Ons universum zag zo’n 13,7 miljard jaar geleden het levenslicht. De eerste sterren begonnen zich vervolgens een paar honderd miljoen jaar later te vormen. Op dit moment bestaat het heelal uit biljoenen sterren, die stuk voor stuk licht uitstralen. Maar hoeveel sterlicht produceren al deze sterren eigenlijk tezamen? Met behulp van de Fermi-telescoop is het onderzoekers gelukt om een antwoord te vinden op deze prangende vraag.

Fermi ruimtetelescoop
De Fermi Gamma-ray Space Telescope werd op 11 juni 2008 gelanceerd en draait in een lage baan rond de aarde. De ruimtetelescoop zoekt het heelal af naar gammastraling – deeltjes met de hoogste energiewaarden in het elektromagnetisch spectrum – en bekijkt de interactie met het extragalactische achtergrondlicht (EBL). Dit is een kosmische mist die bestaat uit al het ultraviolette, zichtbare en infrarode licht, uitgezonden door sterren of door hun nabijgelegen stof.

Sterlicht
Onderzoekers van de Clemson Universiteit zijn erin geslaagd om al het sterlicht te meten dat ooit door de waarneembare ruimte is gestraald. En de cijfers zijn duizelingwekkend. Zo komen de onderzoekers uit op 4×10^84 fotonen (lichtdeeltjes). Anders gezegd, dit zijn zo’n 4.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000 fotonen.

Lampje
Het meeste van dit licht wordt uitgezonden door sterren die in sterrenstelsels huizen. “Dit heeft ons in staat gesteld om het evolutieproces van de sterren beter te gaan begrijpen,” zegt hoofdonderzoeker Marco Ajello. “Ook verschaft het ons boeiende inzichten in hoe het universum uit een bom van licht bestaat.” Ondanks het ontzettend grote getal, bereikt maar opvallend weinig licht onze aarde. Dit komt omdat het universum onvatbaar groot is. Op onze zon na, is het sterlicht dat bij ons arriveert vergelijkbaar met een lampje van slechts 60 watt gezien van een afstand van 4 kilometer.

Blazars
Het team was in staat om het sterlicht te meten door 739 blazars te observeren. Dit zijn sterrenstelsels die in hun centrum een superzwaar zwart gat herbergen die gammastraling uitzenden. Als een van deze stralen toevallig rechtstreeks op de aarde af wordt geschoten, is hij detecteerbaar, zelfs wanneer de straling van heel ver weg komt. Deze gammastraling komt onderweg van alles tegen, waaronder EBL. “Gammastraling die door deze mist van sterlicht reist, kan hierdoor worden geabsorbeerd,” zegt Ajello. “Door te meten hoeveel fotonen er zijn geabsorbeerd, kunnen we meten hoe dik deze mist was.” De onderzoekers bekeken blazars die zich op verschillende afstanden van de aarde bevinden. Op die manier konden de onderzoekers terugkijken in de geschiedenis van het heelal. “We hebben het sterrenlicht van elk tijdperk gemeten; een miljard jaar geleden, twee miljard, zes miljard, enzovoorts, helemaal terug tot het begin van de stervorming,” zegt onderzoeker Vaidehi Paliya.

“De vorming van sterren is de motor van het universum,” stelt onderzoeker Dieter Hartmann. “Zonder de evolutie ervan zouden we nu niet de fundamentele elementen hebben die nodig zijn voor het bestaan van leven.” Ongeveer 11 miljard jaar geleden bereikte de vorming van nieuwe sterren een hoogtepunt. Hoewel de stervorming sindsdien enigszins vertraagd is, heeft deze nooit helemaal stil gestaan. Op dit moment worden er nog elk jaar ongeveer zeven nieuwe sterren in onze Melkweg geboren.