Het is véél drukker in de omgeving van onze planeet dan we in 1998 konden vermoeden.

Het is deze zomer precies twintig jaar geleden dat NASA officieel de jacht opende op aardscheerders, oftewel planetoïden die – op een gegeven moment – in de nabijheid van de aarde komen. Met de oprichting van het Near-Earth Object Observations Program gaf NASA gehoor aan een opdracht van het Amerikaanse Congres: breng binnen 10 jaar 90% van alle aardscheerders groter dan 1 kilometer in kaart. En dat is gelukt. Inmiddels zijn ons meer dan 18.000(!) aardscheerders bekend.

Filmpje
De impact van dit twintig jaar lopende onderzoeksproject is dan ook enorm. En dat wordt nog eens duidelijker in onderstaand filmpje dat NASA heeft vrijgegeven. Het laat in eerste instantie alle aardscheerders zien die ons op 1 januari 1999 bekend waren. Later volgt een shot waarin je alle aardscheerders ziet die we in 2009 kenden. De toename is enorm. Maar in de tien jaar die volgen, doet NASA er nog een schepje bovenop. Naast alle aardscheerders (blauw van kleur) zijn in dit shot ook de planetoïden in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter te zien (oranje van kleur).

Nieuw doel
Hoewel er in 20 jaar enorm veel werk is verzet, zijn onderzoekers er nog niet. Het in 1998 gestelde doel is behaald. Maar in 2005 heeft het Amerikaanse Congres NASA een nieuw doel meegegeven: ontdek voor 2020 90% van de aardscheerders van minimaal 140 meter groot. En nog altijd worden er elke week gemiddeld zo’n 40 nieuwe planetoïden in de nabijheid van de aarde ontdekt.

Met het ontdekken van de aardscheerders hebben onderzoekers een duidelijk doel voor ogen: planetoïden die een gevaar kunnen vormen voor de aarde, tijdig identificeren. In theorie zijn er namelijk verschillende manieren waarop we een op aarde afstevenende ruimtesteen van koers kunnen doen veranderen, maar elk van die manieren vereist dat we de steen wel ruim van tevoren zien aankomen.