Wetenschappers hebben in Peru het fossiel van een enorme pinguïn ontdekt. Het dier was ongeveer twee keer zo groot als een keizerspinguïn (deze is zeker 75 centimeter hoog) en leefde 36 miljoen jaar geleden. De pinguïn – Inkayacu paracasensis – had roodbruine en grijze veren en dus niet de ‘smoking’ die we van de moderne pinguïn kennen.

De oude pinguïn had een rechte snavel die veel langer was dan die van zijn moderne soortgenoten. De veren en zwemvliezen van het dier zijn ondanks diens leeftijd goed bewaard gebleven. En dat betekent dat de pinguïn waardevolle informatie heeft voor onderzoekers. “Voor we dit fossiel vonden, hadden we nog nooit veren, de kleuren ervan en flippers van oude pinguïns gezien,” vertelt onderzoeker Julia Clarke. “We hadden daar vragen over en dit was de eerste kans om die te beantwoorden.

Het fossiel toont aan dat de belangrijkste fysieke kenmerken van de pinguïn zich al miljoenen jaren geleden ontwikkelden. De kleur van de veren daarentegen is recentelijk nog veranderd: van roodbruin en grijs naar zwart en wit.

De grootte en het gewicht van een pinguïn is heel belangrijk, zo legt Clarke uit. “Hoe zwaarder een pinguïn is, hoe dieper deze duikt. Als dat voor elke pinguïn geldt dan moet de duik van deze giganten heel anders zijn geweest.”

Een artistieke impressie van de pinguïn. Afbeelding: Katie Browne/U.T. Austin

Ook de kleine tekening in dit artikel is van de hand van Katie Browne.