De schildpad was ongeveer zo groot als een kleine auto en leefde zo’n 60 miljoen jaar geleden in Colombia.

De schildpad heeft de naam Carbonemys cofrinii gekregen. Letterlijk betekent het zoiets als de ‘kolen schildpad’ en daarmee is deze vernoemd naar de vindplaats van het dier: een kolenmijn. De schedel van het dier is ongeveer 24 centimeter lang. Een eindje verderop werd ook een schild teruggevonden dat hoogstwaarschijnlijk bij de schedel hoort. Het schild is een indrukwekkende 1 meter 72 lang.

Groot territorium
De schildpad leefde in zoet water en maakt deel uit van een groep schildpadden waar eerder al kleine exemplaren van werden teruggevonden. C. cofrinii is zeker de grootste schildpad die ooit in dit gebied en uit deze tijd is aangetroffen. En dat is ook logisch, zo stellen de onderzoekers. Het grote dier had waarschijnlijk een groot leefgebied nodig om aan voldoende voedsel te kunnen komen. Dus als er andere fossiele resten zijn, dan bevinden die zich waarschijnlijk ver van deze vindplaats.

Blokje om
Het grote dier moet heel indrukwekkend zijn geweest. Maar was het ook reden om een blokje om te gaan? Voor veel tijdgenoten waarschijnlijk wel. De kaken van het dier zijn zeer sterk en moeten in staat zijn geweest om andere schildpadden en mogelijk zelfs krokodillen te verorberen.

De onderzoekers doen hun vondst in het blad Journal of Systematic Palaeontology uit de doeken. De afbeelding hierboven laat zien hoe de schildpad er uit moet hebben gezien.