We lanceren meer dan ooit.

Dat blijkt uit een fraaie grafiek die ESA in samenwerking met UNOOSA (de United Nations Office for Outer Space Affairs) heeft gemaakt. De grafiek brengt op indringende wijze in beeld hoe sterk het aantal lanceringen met name in de afgelopen jaren is toegenomen.

Monsterachtige toename
Aan het begin van de jaren zestig vonden er nauwelijks meer dan 100 lanceringen per jaar plaats. En in de decennia erna schommelde het aantal lanceringen per jaar tussen de 100 en 200. Maar na 2010 gaat het opeens hard. Het aantal lanceringen neemt razendsnel toe van iets meer dan 200 lanceringen in 2003 naar bijna 500 in 2008. En in 2020 vinden er zelfs meer dan 1000 lanceringen plaats.

Wat verder opvalt, is dat de missies enorm veranderd zijn. Tussen de jaren zestig en negentig betroffen vrijwel alle lanceringen niet-commerciële missies (in de grafiek groenblauw van kleur), die bijvoorbeeld ondernomen werden door ruimtevaartorganisaties, universiteiten of defensie. Maar vanaf 1990 nemen de commerciële missies een vlucht. En inmiddels komt het leeuwendeel van de lanceringen voor rekening van ruimtevaartbedrijven (in de grafiek oranje van kleur).

Een deel van de in deze grafiek weergegeven lanceringen is rood van kleur. Het betreft lanceringen van objecten die nog niet bij de VN geregistreerd zijn. Het is niet ongebruikelijk dat er enige tijd verstrijkt tussen het moment waarop een object in een baan om de aarde wordt geplaatst en in het UN Register of Objects Launched into Outer Space wordt opgenomen. Afbeelding: ESA / UNOOSA.

Keerzijde
Dat er zoveel gelanceerd wordt, heeft ook een keerzijde. Zo zijn er grote zorgen over de enorme satellietconstellaties die ruimtevaartbedrijven momenteel in de ruimte plaatsen. SpaceX lanceert bijvoorbeeld met grote regelmaat Starlink-satellieten die ervoor moeten zorgen dat ook afgelegen gebieden op korte termijn over internet kunnen beschikken. Een nobel streven, maar astronomen zijn niet blij. De honderden Starlink-satellieten die momenteel al in een baan om de aarde cirkelen, hinderen hun waarnemingen. En er zijn grote zorgen over de gevolgen die een voltooide Starlink-constellatie – bestaande uit duizenden tot tienduizenden satellieten – gaat hebben.

Botsingen
Doordat het in een baan om de aarde zo druk wordt, neemt bovendien de kans op botsingen toe. Zo kunnen operationele satellieten bijvoorbeeld op elkaar klappen. Nog groter is echter de kans dat satellieten in botsing komen met ruimtepuin; (brokstukken van) afgeschreven satellieten. Nu reeds moet elke om de aarde cirkelende satelliet van ESA op jaarbasis gemiddeld twee keer uitwijken voor ruimtepuin. En naar verwachting zal dat in de toekomst – doordat het aantal objecten in een baan om de aarde alleen maar toeneemt – nog vaker nodig zijn.

Satellieten moeten regelmatig uitwijken voor ruimteafval. En daarbij gaat niet alleen kostbare brandstof verloren, maar ook tijd. Afbeelding: ESA / UNOOSA.

En als we niets doen, dreigt het zogenoemde Kesslersyndroom. Een doemscenario waarbij de concentratie ruimteafval rond de aarde zo groot wordt, dat botsingen tussen objecten een kettingreactie op gang brengen, waarbij elke botsing ruimteschroot produceert dat de kans op verdere botsingen vergroot. Uiteindelijk zullen sommige delen van de ruimte vol raken met snel bewegende rommel, waardoor deze gebieden feitelijk onbruikbaar worden.

Om dat te voorkomen, is het zaak dat we ruimteafval actief op gaan ruimen. ESA wil daar graag een voortrekkersrol in spelen. De Europese ruimtevaartorganisatie maakte eind vorig jaar nog 86 miljoen euro vrij om een afgedankte rakettrap op te ruimen. Dat moet in 2025 gaan gebeuren. Als alles goed gaat, is het de opmaat naar meer en kan de ontwikkelde technologie in de jaren erna ook gebruikt worden om ook ander ruimteafval op te ruimen.