Het reisverslag van koopman Francesco Carletti (1573/1574-1636) is een grote verzameling avonturen. En in één van die avonturen zitten Zeeuwen de koopman flink dwars.

Francesco Carletti kwam uit een koopmansfamilie uit Florence in Toscane; hij werd geboren in zijn vaderstad in 1573 of 1574, en overleed daar in 1636. We weten weinig over zijn leven, behalve dat hij een belangrijk koopman was, en dat hij een monumentaal reisverslag heeft nagelaten over zijn reis rond de wereld, van 1594 tot 1606. Hij was niet de eerste mens om de wereld rond te reizen, maar wel één van de eerste die reisde als koopman en passagier, en niet als zeeman, of als een andere persoon in loondienst.

Ferdinando de Medici.

Ferdinando de Medici.

Reis om de wereld
De Nederlandse vertaling uit 1985 van Carletti’s reisverslag, Reis om de wereld (1594-1606), telt 235 pagina’s. Carletti schrijft uiteraard autobiografisch, maar als een verslag tegenover zijn vorst, de Groothertog van Toscane, Fernando de’ Medici, bij wie hij in de zomer van 1606, na zijn thuiskomst, enkele malen op audiëntie was; we lezen dan ook zo nu en dan een zin met “Uwe Doorluchtige Hoogheid”.

Nauwkeurig en boeiend
Zoals je van een koopman kunt verwachten, beschrijft Carletti de handelsactiviteiten van zichzelf en de vele andere kooplieden, die hij onderweg tegenkwam. Carletti schrijft echter nog veel meer over mensen, steden, dieren en planten. Hij had een uitstekende algemene kennis, want zijn beschrijvingen zijn niet alleen buitengewoon nuchter en boeiend, maar ook analytisch en nauwkeurig. Hij beschrijft inboorlingen, Chinezen, Japanners en anderen met uitgebreide aandacht voor kleding, eetgewoonten, huwelijkscultuur en zelfs seksuele gebruiken. Zijn beschrijvingen van tropische vruchten zijn bijna wetenschappelijk.

“Toen vader en zoon in Amerika waren aangekomen, werden hun koopmansgeesten meteen geactiveerd door de onmetelijke rijkdommen van dat werelddeel. Ze besloten dan ook voorlopig niet naar huis te gaan”

Voorspoed in Afrika, Amerika en Azië
Als jongen werd Francesco Carletti opgeleid tot koopman, het beroep van zijn vader. Zo kwam Francesco op 18-jarige leeftijd, in 1592, in dienst bij een Italiaanse koopman in Sevilla in Spanje. In 1594 begonnen vader en zoon aan een tocht naar de Kaapverdische Eilanden, om daar negerslaven te kopen, om die in Amerika met winst te verkopen. Carletti beschrijft nauwgezet alle zaken die daarbij kwamen kijken: vergunningen en belastingen die moesten worden verkregen en betaald aan Portugese en Spaanse autoriteiten, het onderhandelen over de prijzen en het ‘onderhouden’ van de zwarte medemensen tijdens de reis over de Atlantische Oceaan.
Toen vader en zoon in Amerika waren aangekomen, werden hun koopmansgeesten meteen geactiveerd door de onmetelijke rijkdommen van dat werelddeel. Ze besloten dan ook voorlopig niet naar huis te gaan. Ze reisden per ezel of paard over de Panamese landengte, en bereikten Peru en – deels per boot – Mexico. Sommige binnenlandse reizen waren buitengewoon oncomfortabel en zelfs gevaarlijk, door tropische regenbuien en muskieten, maar vader en zoon kwamen erdoorheen. Vervolgens gingen de Carletti’s aan boord van een Spaanse vloot naar de Filippijnen. Ze maakten reizen naar Japan, China en Macao, een eiland voor de kust van China en een Portugese kolonie. Vader Carletti stierf in Macao op 20 juli 1598 en werd begraven in de bisschoppelijke kerk. Carletti reisde alleen verder naar het westen, en woonde nog in Malakka en Goa. Hij had in de loop der jaren een groot fortuin vergaard.

Zeeland in de zeventiende eeuw, een kaart van Willem en Joan Blaeu.

Zeeland in de zeventiende eeuw, een kaart van Willem en Joan Blaeu.

Tegenspoed door toedoen van Zeeuwen
In december 1601 ging Carletti in Goa aan boord van een Portugese vloot met bestemming Portugal. De lading bestond uit vele kostbare goederen, die in Europa met veel winst verkocht moesten worden. Een deel van de lading was eigendom van Carletti. Er waren ook veel Aziatische dames aan boord, slavinnen van Portugese opvarenden. Carletti had enkele Aziatische bedienden aan boord, die hij katholiek had laten dopen. Op 14 maart 1602 kwam de vloot in zicht van het eiland Sint-Helena in de zuidelijke Atlantische Oceaan – hetzelfde eiland dat meer dan twee eeuwen later beroemd zou worden als het verbanningsoord en de sterfplaats van Napoleon. In de tijd van Carletti was het eiland voor Portugese kapiteins een verplichte tussenstop op de reis van Azië naar Portugal. De Portugezen en Carletti werden bij het eiland onaangenaam verrast, want er lagen vijandelijke schepen op de loer, die rijk beladen Portugese schepen wilden onderscheppen; Portugal’s vijanden kenden de Portugese scheepsroutes en het verplichte ‘station’ Sint-Helena! De vijand was in dit geval de ‘Zeeuwse Compagnie’, één van de voorlopers van beroemde Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De Zeeuwen gedroegen zich overigens als ‘kapers’ en niet als ‘zeerovers’ of ‘piraten’, want Portugal was tussen 1580 en 1640 verenigd met Spanje, terwijl de Zeeuwen – deel uitmakend van de ‘Verenigde Provinciën’ of de ‘Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’ – verwikkeld waren in de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje (1568-1648).

Schaatsen
Ook in Nederland bleef Carletti omschrijven wat hij zag. Zo schreef hij bijvoorbeeld over schaatsende Hollanders. “Ik had meer dan mijn deel gehad aan ergernis, ellende, moeheid en teleurstelling, door dit heen en weer trekken langs waterwegen, die bevroren zijn in de winter – men loopt erop, met schoenen die als steunvlak een reep ijzer hebben van een vinger dik en recht geslepen; hierop kunnen zij zo snel voortglijden, dat iemand die in een postkoets zit hen niet kan bijhouden.”

Overgave
Er volgden gevechten, en de Portugezen moesten zich al snel overgeven. De Zeeuwen besloten de levens van de Portugese gevangenen en hun talrijke slavinnen te sparen; men had ook kunnen besluiten de Portugezen ‘de voeten te spoelen’, ofwel overboord te gooien! De Zeeuwse vloot, nu inclusief de buitgemaakte Portugese schepen, zette koers naar het kleine eilandje Fernando de Noronha – wat een lange omweg betekende op de weg naar huis – waar de Portugezen en hun slavinnen werden achtergelaten. De Portugezen werden, volgens Carletti, naakt ontscheept op een hemd en een witte broek na, en werden gecontroleerd op het ‘smokkelen’ van parels en andere kleine kostbaarheden. Eén slavin zou kleine kostbaarheden “onderin haar lichaam” verstopt hebben, en toen die er uit vielen werden ze meteen in beslag genomen! We weten al deze feiten trouwens alleen dankzij Carletti, want in de logboeken van de Zeeuwen wordt met geen woord gerept over de omweg via Fernando de Noronha, en evenmin over het lot van de gevangenen! In die logboeken werden alleen ‘belangrijke’ zaken vermeld, zoals de samenstelling van de buit en de zeewaardigheid van de buitgemaakte schepen.

Maurits van Oranje, een schilderij van Michiel van Mierevelt.

Maurits van Oranje, een schilderij van Michiel van Mierevelt.

Mee naar Zeeland
Carletti wist een Zeeuwse kapitein te overtuigen dat hij geen Portugees was, maar een koopman uit Toscane, een neutraal land in de oorlog van de Verenigde Provinciën tegen Portugal en Spanje. Carletti mocht uiteindelijk meevaren naar Zeeland. Een Portugese officier waarschuwde Carelttei met: “Gij stelt u bloot aan een groot risico; let maar op, ze zullen u overboord gooien.” Carletti antwoordde, dat hij ging, waar zijn goederen gingen – hoewel hij heel goed wist dat het moeilijk zou worden al die goederen via de rechter terug te krijgen. Toen hij eenmaal in de Verenigde Provinciën was, hoorde hij vaak stemmen als: “Was het ergens goed voor, die vent mee te nemen naar ons land? Waarom hebben ze hem niet in zee gegooid?”
Carletti kwam op 7 juli 1602 in Zeeland aan en begon meteen met juridische procedures om zijn bezittingen terug te krijgen. Hij kreeg steun van de Franse gezant in Den Haag en spoedig ook van zijn vorst, de Groothertog van Toscane. Dat Carletti actief was, blijkt uit het feit dat hij al na drie maanden, op 7 september 1602, een kort onderhoud had met Stadhouder Maurits van Oranje, die op dat moment met zijn leger voor de stad Grave in Gelre lag. Maurits vertelde Carletti dat hij, uit vriendschap met de Groothertog van Toscane, alles zou doen ten bate van Carletti, maar Maurits voegde er aan toe, dat hier sprake was van een zaak van de kooplieden, waarover hij geen zeggenschap had.
Careltti verbleef bijna vier jaar in de Verenigde Provinciën, want de gerechtelijke autoriteiten in Zeeland maakten geen haast met zijn zaak. Carletti had pech dat zeven van de tien leden van de Admiraliteit van Zeeland, tevens de zeven leden van de ‘gecommitteerde raden’ van Zeeland waren! Op 12 augustus 1603 verwierpen de Zeeuwse autoriteiten – zoals te verwachten was – Carletti’s bezwaren. Carletti ging in beroep bij de Staten-Generaal in Den Haag. Hij kreeg daar wel steun, maar het uitbetalen van een schadevergoeding werd voortdurend tegengewerkt door de Zeeuwen.

VIP
Vele ‘wijze’ Zeeuwen en Hollanders begonnen te begrijpen dat de Zeeuwse kapers een VIP uit het neutrale Toscane hadden beroofd, terwijl Toscane een belangrijke handelspartner was. De Groothertog van Toscane kon reageren door Zeeuwse of Hollandse schepen in zijn havens in beslag te nemen, of door sluiting van de vrijhaven van Livorno voor Zeeuwen en Hollanders! Toen Carletti in begin 1606 begon in geldnood kwam, en vroeg om een paspoort om naar huis te gaan, werd een aantal Zeeuwse autoriteiten toch wel ongerust, omdat Carletti’s geval kon leiden tot reputatieschade bij buitenlandse partners. Carletti ontving uiteindelijk 13.000 gulden, veel minder dan de waarde van zijn verloren spullen. Bovendien had hij veel kosten gemaakt tijdens zijn gedwongen verblijf in de Verenigde Provinciën.

Carletti reisde over land terug naar Florence, waar hij op 12 juli 1606 aankwam, hij was toen ongeveer 32 jaar oud. Nog diezelfde dag kwam hij op audiëntie bij zijn vorst, en in de daaropvolgende weken er zouden nog een aantal audiënties volgen. Hij vertelde de vorst zijn lange verhaal, waarvan ook een lezer uit de 21ste eeuw nog volop kan genieten.

Alex Ritsema (1963) is in 1987 afgestudeerd als econoom en statisticus aan de Universiteit van Groningen. Sinds 1989 werkt hij in Deventer op Saxion Hogescholen – maar dat heeft weinig te maken met één van zijn grote hobby’s: het bezoeken en bestuderen van kleine eilanden, overal ter wereld. Hij heeft enkele Engelstalige boeken geschreven over eilanden en maritieme geschiedenis. Meer informatie over de Nederlandse Waddeneilanden schreef hij in zijn boek “Discover the Dutch wadden Islands” (Lulupress, 2008). Zijn eilanden-website is www.aworldofislands.com.