Windmolens zijn er op het land, maar ook in het water. Toch kost het momenteel nog veel geld om een windturbine te laten drijven, aangezien ingenieurs enorme boeien nodig hebben om te zorgen dat de duurzame energiecentrales niet kopje onder gaan. Het Franse olie- en gaswinbedrijf Technip en energieleverancier Nenuphar kondigen nu de Vertiwind aan. Dit is een drijvende windturbine die goedkoper is dan traditionele windturbines op zee.

Vertiwind draait niet horizontaal, maar verticaal om haar as. Oftewel, net als een tol. Dankzij het verticale ontwerp is het zwaartekrachtcentrum van de turbine lager. Hierdoor is het bovenste gedeelte minder zwaar en is er dus een kleinere boei nodig om de turbine te laten drijven.

Technip en Nenuphar beweren dat een boei van negen meter onder het oppervlak van de oceaan voldoende is om de verticale windturbine droog te houden. In vergelijking: hedendaagse windturbines op zee hebben vaak een boei die 60 meter onder het wateroppervlak uitsteekt.

WIST U DAT…

…er onlangs een briljant concept is verzonnen? Het gaat om een viaduct met ingebouwde windturbines.

“Zo besparen we veel materiaal”, zegt Stephane His, vice-president van de afdeling biobrandstoffen en duurzame energie bij Technip. “Daarnaast is het makkelijker om de windturbine te installeren.”

De twee Franse bedrijven gaan twee verticale windturbines bouwen: één op het land en eentje in het water. Dit kost in eerste instantie 10 miljoen euro per stuk, maar de twee turbines hebben bij elkaar vier megawatt vermogen.

Is er een goedkoper alternatief? Ja, windturbines bevestigen aan de zeebodem. Dit kan echter alleen dicht bij de kust. Het verticale model van de Franse bedrijven is uitermate geschikt voor ver op zee, waar de krachtigste windvlagen vlak boven het wateroppervlak razen. Op het land bevinden de krachtigste windvlagen zich iets hoger, waardoor de traditionele windmolens de beste oplossing zijn.