Sommigen slaakten een zucht van verlichting. Anderen waren teleurgesteld. Er is een nieuw klimaatakkoord! Maar kan het de aarde redden?

De opwarming van de aarde mag in 2100 niet boven de 2 graden Celsius uitkomen. Sterker nog: landen gaan streven naar een opwarming van niet meer dan 1,5 graad Celsius (ten opzichte van pre-industriële temperaturen). Het is een belangrijk voornemen waar alle aan de klimaattop deelnemende landen (zie kader) zich aan verbinden. “De gevolgen van klimaatverandering kunnen hiermee beheersbaar blijven, ook voor deltalanden als Nederland en kwetsbare eilandstaten,” zo liet minister-president Mark Rutte in een reactie op het akkoord weten. Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Sharon Dijksma, voegde daaraan toe: “We hebben onze kinderen en kleinkinderen een grote dienst bewezen.”

De deelnemers

Aan de klimaattop namen 186 landen deel. Deze landen zijn samen goed voor 96,5 procent van de uitstoot wereldwijd. Ter vergelijking: het vorige klimaatakkoord werd ondertekend door landen die samen slechts goed waren voor 12 procent van de wereldwijde uitstoot.

Koolstof uit de atmosfeer verwijderen
Het is een ambitieus doel: de opwarming beperken tot 1,5 graad. Maar is het ook haalbaar? De meningen zijn verdeeld. Met name ook omdat nog onduidelijk is hoe we die opwarming nu heel concreet gaan beperken. “Huidige afspraken over het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen zullen de opwarming tegen 2100 beperken tot 2,7 tot 3 graden Celsius,” vertelt onderzoeker Sarah Perkins-Kirkpatrick in reactie op het klimaatakkoord. “Om onder de 2 graden Celsius te blijven, zullen we het gebruik van energie die we uit fossiele brandstoffen halen snel moeten terugdringen en koolstof uit de atmosfeer moeten verwijderen.”

Herbebossen
Het nieuwe klimaatakkoord is als een goed voornemen: het klinkt als een klok, maar het moet nog worden waargemaakt. “De belangrijkste implicatie is dat de wereldeconomie tegen 2050 volledig of bijna volledig gedecarboniseerd moet zijn,” stelt professor John Quiggin. “Maar als we het doel van 1,5 graad willen halen, moeten we ook andere maatregelen nemen: op grote schaal herbebossen en radicale veranderingen aanbrengen in de wijze waarop we landbouw bedrijven om CO2 uit de atmosfeer te halen en methaanuitstoot terug te dringen.” Quiggin erkent dat dat flinke uitdagingen zijn. “Maar ervaring heeft aangetoond dat ze zonder significante nadelige effecten op de levensstandaard kunnen worden doorgevoerd.”

Het akkoord

Naast het beperken van de opwarming nemen landen zich in het akkoord ook voor om klimaatafspraken elke vijf jaar onder de loep te nemen. Daarnaast is onder meer afgesproken dat er jaarlijks 100 miljard dollar wordt vrijgemaakt om armere landen te helpen klimaatdoelen te behalen.

Milieuorganisaties
Milieuorganisaties blijken in reactie op het klimaatakkoord eveneens gematigd enthousiast. “Dat landen in het verdrag het belang van 1,5 graad temperatuurstijging erkennen, is bemoedigend,” zo stelt Milieudefensie. Maar de organisatie ziet ook flinke minpunten in het akkoord. “Een gifpil in de tekst is de afspraak dat de verantwoordelijkheid en compensatie voor de kosten van klimaatrampen zijn uitgesloten van de afspraken. Dat betekent dat arme landen zelf de kosten van aan klimaatverandering gerelateerde rampen zoals overstromingen, verwoestijning, en droogtes moeten dragen.” Een ander minpunt is volgens Milieudefensie “dat resultaten pas in 2023 geëvalueerd worden, dat betekent dat ook dan pas de ambitie kan worden bijgesteld. Dat is echt veel te laat.” En ook Greenpeace heeft haar bedenkingen. “Het akkoord schiet tekort. De ambities van alle landen samen gaan bij lange na niet ver genoeg om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad te houden. Toch is het hoopvol dat deze nieuwe grens expliciet in het akkoord staat. Daar kunnen en moeten wereldleiders nu hun conclusie uit trekken: het tijdperk van kolen, olie en gas loopt ten einde. Nu moet alles op alles worden gezet voor 100 procent duurzame energie in 2050. Alleen zo kunnen we levensgevaarlijke klimaatverandering een halt toe roepen,” zo laat Faiza Oulahsen namens Greenpeace weten.

Samenvattend kun je wel stellen dat er veel werk aan de winkel is. Maar er is ook reden voor optimisme. “Eindelijk hebben we een akkoord dat kan gaan werken,” stelt onderzoeker Roger N. Jones. “Het werkt nog niet, maar het heeft wel alle elementen die het nodig heeft.”