Het zou zomaar kunnen!

Manen: in ons zonnestelsel zijn ze doodgewoon. De aarde heeft er één. Saturnus en Jupiter hebben er tientallen. En zelfs Pluto bezit er een paar. Maar hoe zit dat buiten ons zonnestelsel? Zijn manen daar ook doodgewoon? Onderzoekers vermoeden van wel. Maar de eerste exomaan moet nog ontdekt worden. En misschien gaat dat wel dit weekend gebeuren. Dan richt de krachtige ruimtetelescoop Hubble namelijk de ogen op Kepler-1625b.

Kepler-1625b
In juli van dit jaar kondigden astronomen aan te vermoeden dat rond deze planeet een maan cirkelt. Ze baseerden zich op gegevens verzameld door ruimtetelescoop Kepler. Deze telescoop tuurt langdurig naar sterren in de hoop regelmatige afnames in de helderheid van die sterren te vinden. Zulke afnames wijzen dan op de aanwezigheid van planeten. De astronomen bogen zich nog eens over die dipjes in helderheid in de hoop een iets afwijkend dipje te vinden dat erop wees dat die planeet samen met een maan voor zijn moederster langs bewoog. En zo kwamen ze uit bij Kepler-1625b.

Buitenaards leven

Nu is de zoektocht naar buitenaards leven nog gericht op planeten die zich in leefbare zones bevinden. Maar als we exomanen gaan ontdekken, kan dat radicaal veranderen. Want dan kunnen we de zoektocht naar leven wellicht ook uitbreiden naar deze manen. Een gekke gedachte? Niet als je bedenkt dat de beste kandidaten voor buitenaards leven in ons eigen zonnestelsel manen zijn. Denk bijvoorbeeld aan Europa of Enceladus.

Hubble
De astronomen slaagden er op basis van de Kepler-data echter niet in om het bestaan van de maan echt te bewijzen. En daarom wordt dit weekend Hubble ingezet. Over een paar dagen zal Kepler-1625b namelijk opnieuw voor de moederster langs bewegen en kan de krachtige ruimtetelescoop het bestaan van de maan bevestigen of ontkrachten.

Als Kepler-1625b echt een maantje heeft, is er werk aan de winkel voor onderzoekers. Want voorlopig onderzoek suggereert dat de maan ongeveer net zo groot is als Neptunus. En dat roept de vraag op hoe de enorme maan ontstaan is. Aangenomen wordt dat de veel kleinere manen van Saturnus en Jupiter ontstaan zijn uit een accretieschijf rond de planeten. Maar zo’n accretieschijf kan onmogelijk zo’n grote maan voortbrengen als het vermeende exemplaar rond Kepler-1625b. Dus hoe zag deze maan dan het levenslicht? Daarover kunnen onderzoekers zich wellicht binnenkort het hoofd breken, als blijkt dat de maan echt bestaat.