Het medicijn kan al op korte termijn voor een revolutie in de tandartsenpraktijk zorgen, zo denken onderzoekers.

De doorsnede van een tand. Afbeelding: National Institutes of Health / Ben Tels (via Wikimedia Commons).

Onze tanden zijn – weliswaar in beperkte mate – al in staat tot regeneratie. Wanneer de tandholte bloot komt te liggen – en je dus vatbaar bent voor infecties – maakt de tand een dun laagje dentine aan om de tandholte af te sluiten. Maar wanneer sprake is van een groter gat in de tand, is dat niet afdoende. Vaak moet er dan toch een tandarts aan te pas komen om een vulling te plaatsen en zo de tandholte te beschermen.

Stamcellen
Tenminste: dat is nu zo. Maar dat kan op korte termijn wel eens gaan veranderen. Onderzoekers hebben namelijk een medicijn gevonden dat de stamcellen in de tandholte stimuleert om dentine te produceren en ook grotere gaatjes te dichten. En daardoor hoeft er waarschijnlijk veel minder vaak gevuld te worden bij de tandarts, zo is te lezen in het blad Scientific Reports.

Sponsje
Maar hoe werkt het dan precies? Men neemt een afbreekbaar sponsje dat vol zit met het medicijn en plaatst het in de tand. Vervolgens dekt men dat af met een beschermend laagje. Het medicijn in het sponsje stimuleert de stamcellen in de tandholte om nieuw dentine aan te maken, terwijl het sponsje langzaam vergaat. Tegen de tijd dat het sponsje is vergaan, is het vervangen door nieuw dentine en is de tand weer als nieuw.

En er is nog meer goed nieuws: na verwachting kan de nieuwe aanpak al vrij snel worden toegepast. Eén van de moleculen die de onderzoekers gebruiken om stamcellen te stimuleren nieuw dentine aan te maken, is namelijk Tideglusib. Dit molecuul is eerder al aan klinisch onderzoek onderworpen, omdat het tevens kan worden gebruikt om neurologische aandoeningen zoals Alzheimer te behandelen. “Door gebruik te maken van een medicijn dat reeds getest is in klinisch onderzoek naar Alzheimer hebben we de mogelijkheid om deze behandeling snel in de tandartsenpraktijk te krijgen,” stelt onderzoeker Paul Sharpe.