Hoewel de pinguïns allang het nest verlaten hebben, kloppen ze nog regelmatig bij hun ouders aan. En soms krijgen ze respons.

Dat hebben onderzoekers ontdekt terwijl ze de Galapagospinguïns nabij de gelijknamige eilanden bestudeerden. Ze zagen hoe volwassen Galapagospinguïns die het ouderlijk nest reeds verlaten hadden bij hun ouders bleven smeken om voedsel. En soms gaven de ouders toe en gaven hun uit de kluiten gewassen jongen een visje.

Ezelspinguïn
Veel zeevogels blijven hun jongen nadat deze het nest verlaten hebben nog een korte tijd voeden. Maar bij pinguïns zie je dat eigenlijk nooit. Tot voor kort was er slechts één pinguïnsoort bekend die zijn jongen ook nadat deze het nest had verlaten nog verzorgde. We hebben het dan over de ezelspinguïn. Maar nu blijkt dus dat ook de Galapagospinguïn zijn jongen nadat deze het nest verlaten hebben, zo af en toe blijft verzorgen.

De observaties
De onderzoekers zagen hoe volwassen Galapagospinguïns op het strand – met speciale kreten – om voedsel smeekten bij hun soortgenoten die uit het water kwamen zetten. Sommige van die soortgenoten – waarschijnlijk individuen die niet verwant waren aan de smekende pinguïns – pikten of vermeden deze bedelende pinguïns. Maar er waren ook uit het water komende pinguïns die een visje ophoestten en aan de smekende pinguïn afstonden. Waarschijnlijk gaat het om de ouders van de smekende pinguïns, zo stelt onderzoeker Dee Boersma. “Tijdens veldonderzoek zagen we volwassen pinguïns zo heel af en toe individuen voedden die duidelijk het nest al verlaten hadden. En nu hebben we genoeg van deze observaties verzameld om te stellen dat ouderlijke zorg verlenen nadat een pinguïn het nest verlaten heeft een normaal – maar waarschijnlijk vrij zeldzaam – onderdeel is van het gedrag van de Galapagospinguïn.”


Een volwassen Galapagospinguïn die het nest reeds verlaten heeft, smeekt om voedsel en krijgt het.

Beschikbaarheid van voedsel
Maar waarom doen de pinguïns het? Waarschijnlijk omdat de beschikbaarheid van voedsel enorm fluctueert in het leefgebied van de Galapagospinguïns. “Wanneer de klimaatpatronen ideaal zijn, brengen oceaanstromen heel veel vissen naar de Galapagoseilanden,” vertelt Boersma. “Maar wanneer je een sterke El Niño hebt, hebben de volwassen pinguïns moeite om zich te voeden en aan de energiebehoefte van hun eigen lichamen te voldoen.” Dat deze pinguïnsoort zich in zo’n lastig leefgebied toch weet te redden, zou onder meer te danken zijn aan het feit dat ouders hun jongen – ook al hebben deze reeds het nest verlaten – zo af en toe iets toestoppen. Ze zouden dat gedrag ontwikkeld hebben om hun voortplantingssucces te vergroten en tijden waarin voedsel overvloedig voorhanden is optimaal te benutten.

Galapagospinguïns voeden dus zo af en toe de jongen die reeds het huis uit zijn. Maar dat is niet het enige aspect van hun gedrag dat bijzonder is. Zo gaan de pinguïns – in tegenstelling tot andere pinguïnsoorten – bijvoorbeeld niet één, maar twee keer in de rui (hierbij ruilen ze hun oude verenkleed in voor een nieuwe). En in tegenstelling tot andere pinguïnsoorten gaan de Galapagospinguïns niet na, maar vóór het broedseizoen in de rui. Ook dat heeft alles te maken met het grillige leefgebied waarin de pinguïns leven. Nabij de evenaar hebben ze te maken met extreme temperaturen en dat is hun verenkleed aan te zien. Kort voor de pinguïns in de rui gaan, is het vaak verbleekt en bedekt met algen. Vandaar dat het niet één, maar twee keer per jaar wordt verwisseld. Dat de pinguïns dat voor het broedseizoen doen, heeft weer te maken met de beschikbaarheid van voedsel. Het verwisselen van het verenkleed kost veel energie (en vereist dus voedsel), maar is van levensbelang. De pinguïns geven het verwisselen van het verenkleed dan ook prioriteit: het gaat vóór het krijgen van jongen. Als er na het verwisselen van het verenkleed weinig voedsel voorhanden is, slaan de pinguïns het broedseizoen gewoon over.