first person shooter

Fervente gamers zijn beter dan mensen die nauwelijks gamen in staat om bewegingen waar te nemen. Maar alleen wanneer ze achteruit lopen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de universiteit van Leicester.

De onderzoekers verzamelden zestien mensen die veel gameden (meer dan tien uur per week) en zestien mensen die nauwelijks gameden (minder dan één uur per week). De onderzoekers richtten zich daarbij op mensen die first-person shooter-spelletjes speelden. Dit zijn actiespelletjes waarbij men het spel vanuit het oogpunt van zijn personage bekijkt (zie ook de afbeelding hierboven).

Experiment
Alle proefpersonen kregen de opdracht naar een scherm te kijken. Op het scherm was een grijze achtergrond te zien, waarop 400 witte stipjes bewogen. Sommige stipjes bewogen geheel onwillekeurig, maar een aantal stipjes bewoog in een bepaald patroon (bijvoorbeeld op en neer of met de klok mee of tegen de klok in of de bolletjes werden groter of kleiner). De proefpersonen kregen de opdracht om het patroon te ontdekken.

Perceptie
Zo konden de onderzoekers achterhalen hoe goed de perceptie van de proefpersonen als het ging om beweging, was. Wanneer proefpersonen het patroon aan de hand van slechts enkele bolletjes die het patroon volgden, konden ontdekken was hun perceptie van beweging beter dan wanneer ze heel veel consistent bewegende bolletjes moesten zien om het patroon te ontdekken. Uit het onderzoek blijkt dat er geen significant verschil is tussen de perceptie van beweging van gamers en mensen die nauwelijks gamen.

Alleen wanneer de proefpersonen een beweging waarbij de bolletjes zich samentrokken (en dus kleiner werden) moesten identificeren, presteerden de gamers aanzienlijk beter. In dat geval was hun perceptie van beweging dus wel beter. Het bewegingspatroon dat ze dan moesten identificeren is vergelijkbaar met het bewegingspatroon dat we zien wanneer we achteruit lopen (dan worden objecten in onze omgeving ook kleiner). Dat de perceptie van beweging van gamers wel beter is als ze achteruit lopen, komt volgens de onderzoekers doordat gamers tijdens spelletjes veelvuldig in hun achteruit gaan. Bijvoorbeeld om aan vijanden te ontkomen of een gebied te verkennen. Het onderzoek suggereert voorzichtig dat games gebruikt kunnen worden om het visuele systeem van mensen te trainen.