samensmelten

In de achtste eeuw werd de aarde gebombardeerd met straling met een hoge energie. Lang was onduidelijk waar die straling precies vandaan kwam, maar twee astronomen denken er nu uit te zijn. Een gammaflits zou het bombardement veroorzaakt hebben.

In 2012 ontdekte onderzoeker Fusa Miyake iets bijzonders toen hij de jaarringen van bomen bestudeerde. In de ringen die in het jaar 775 tot stand kwamen, vond hij grote hoeveelheden van de isotopen Koolstof-14 en Beryllium-10. Deze twee isotopen ontstaan wanneer straling afkomstig uit de ruimte in botsing komt met stikstofatomen. De ontdekking suggereerde dan ook dat de aarde in het jaar 774 of 775 gebombardeerd werd met straling.

Zonnevlam
Direct gingen onderzoekers op zoek naar verklaringen: welke verschijnselen in de ruimte konden deze straling op de aarde hebben afgevuurd? Een zonnevlam misschien? Nee: zonnevlammen zijn niet sterk genoeg om zoveel koolstof-14 te produceren. Bovendien moeten grote zonnevlammen wel vergezeld worden door poollicht en in geschriften uit die tijd wordt daar niet over gerept. Een supernova dan? Geschriften wijzen erop dat die in 776 zichtbaar was: te laat om het verschijnsel in de jaarringen te verklaren.

WIST U DAT…

Gammaflits
Astronomen Valeri Hambaryan en Ralph Neuhäuser komen in het blad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society nu met een andere mogelijkheid. Ze stellen dat twee zwarte gaten, neutronensterren of witte dwergen met elkaar in botsing kwamen en samensmolten. Daarbij kwam veel energie vrij, in de vorm van gammastraling. Zo’n grote hoeveelheid straling kan er – wanneer de bron ervan dicht bij de aarde staat – voor zorgen dat bepaalde levensvormen op aarde verdwijnen. In geschriften wordt daar geen melding van gemaakt en dus gaan de onderzoekers ervan uit dat de bron van de gammastraling heel ver weg stond: zo’n 3000 tot 12000 lichtjaar van de zon.

Logisch
De verklaring van Hambaryan en Neuhäuser klinkt logisch. Ten eerste is deze consistent met de metingen die Miyake vorig jaar in jaarringen deed. En ten tweede verklaart een gammaflits op grote afstand van de aarde ook waarom er in geschriften uit die tijd geen melding van een supernova of poollicht wordt gemaakt. Eerder onderzoek suggereert dat bij een gammaflits soms ook wat zichtbaar licht vrijkomt, maar dat moet maar enkele dagen zichtbaar zijn geweest en is gemakkelijk te missen.

Om te achterhalen of de verklaring van de twee astronomen klopt, zouden we op zoek moeten gaan naar de samengesmolten objecten: een 1200 jaar oud zwart gat of neutronenster op 3000 tot 12.000 lichtjaar van de zon. Met zo’n zoektocht wordt niet alleen duidelijk wat er in de Middeleeuwen is gebeurd, maar kunnen we wellicht ook iets meer zeggen over de frequentie waarmee dit soort gebeurtenissen voorkomen. “Een vergelijkbaar incident vandaag de dag zou grote schade kunnen aanrichten aan de gevoelige elektronische systemen waar geavanceerde samenlevingen tegenwoordig op vertrouwen,” stelt Neuhäuser. “De uitdaging is nu om te achterhalen hoe zeldzaam zulke pieken in Koolstof-14 zijn en dus hoe vaak een uitbarsting van straling de aarde raakt.”