Onderzoeker Jente Ottenburghs start binnenkort zijn promotie-onderzoek en daarin staat de gans centraal. Nu zoekt hij alleen nog opvangruimte voor zijn ganzen. Vindt hij dat misschien bij u in de tuin?

Jente Ottenburghs is als promovendus verbonden aan de Wageningen University en start binnenkort zijn studie naar de gans. “Het onderzoek vertrekt vanuit de vraag waarom, ondanks het algemene voorkomen van hybriden, ganzensoorten nog apart bestaan. Je zou immers verwachten dat door hybridisatie verschillende soorten terug ‘samensmelten’. Dit gebeurt dus niet, en ik ga op zoek naar de mechanismen die dit verhinderen.”

Onvruchtbaar?
Zou het er misschien in zitten dat hybriden onvruchtbaar zijn en dus geen bijdrage kunnen leveren aan de volgende generaties? “Dit geldt zeker voor vele zoogdieren (denk maar aan paarden en ezels), maar bij vogels ligt het anders. Zelfs 20 miljoen jaar nadat soorten gedivergeerd zijn, kunnen sommige soorten nog steeds vruchtbare nakomelingen produceren (voor zoogdieren is dit 3 à 4 miljoen jaar).” En daarmee ontstaat er direct een nieuw vraagstuk. Wanneer is een soort eigenlijk een soort? Het biologisch soortconcept stelt dat wanneer twee individuen van verschillende
populaties geen vruchtbare nakomelingen kunnen produceren, zij tot verschillende soorten behoren. Dit zou dus betekenen dat alle ganzen één grote soort vormen (volgens dit concept). Ondertussen wordt er een bepaalde mate van genenuitwisseling tussen soorten toegestaan, aangezien dit probleem bij meerdere diergroepen en vooral bij planten voorkomt. Daarnaast toont recent onderzoek aan dat hybridisatie ook als een nieuwe creatieve kracht in de evolutie kan optreden. Zo zijn er bijvoorbeeld hybride soorten gevonden bij planten, vlinders en vissen. Misschien heeft dit ook wel een rol gespeeld tijdens de evolutie van de huidige ganzensoorten.”

WIST U DAT…

…de aalscholver een supervogel is?

Twee niveaus
Het onderzoek bestaat eigenlijk uit twee delen. Het eerste deel is genoomonderzoek. Voor het tweede deel heeft de onderzoeker uw hulp nodig. “Het tweede niveau – en hiervoor zoek ik dus vrijwilligers – kijkt vanuit een ecologisch perspectief. Ten eerste willen we gewoon weten of hybriden er altijd anders uitzien. Mogelijk zien sommige hybriden er gewoontjes uit en worden daarom over het hoofd gezien. En ten tweeden willen we weten of hybriden minder aangepast zijn of minder aantrekkelijk zijn voor soortgenoten. Dat wil zeggen: een mindere fitness hebben.”

Reinforcement
“Als dat zo is, dan spreekt dat in het voordeel van reinforcement. Dat is een theoretisch model dat verklaart waarom hybridisatie niet leidt tot het samensmelten van soorten. Een cruciaal onderdeel van deze theorie is een selectie tegen hybriden. Dat kan natuurlijke of seksuele selectie zijn. De natuurlijke selectie gaan we bekijken aan de hand van vliegvermogen, foerageergedrag en immuunsysteem. De seksuele selectie wordt getest met een keuze-experiment. Om omgevingsfactoren uit te schakelen, zoals bijvoorbeeld stress, worden de ganzen in gevangenschap gekweekt. Er zullen verschillende combinaties van soorten gemaakt worden. En ik verwacht dat hoe minder verwant de soorten zijn, hoe lager de fitness zal worden. Dat wil zeggen hoe slechter zij presteren op het gebied van vliegvermogen, foerageergedrag en immuunsysteem.”

Opvangruimte gezocht
En nu is Ottenburghs dus met spoed op zoek naar opvangruimte voor zijn ganzen. Kunt u helpen? “De mensen die willen helpen aan het project, moeten natuurlijk over voldoende ruimte beschikken en de mogelijkheid om de ganzen tijdens het broedseizoen te kunnen scheiden. Want zij zoeken vooral hun soortgenoten op en dat willen we vermijden. Ik zoek personen die voldoende tijd hebben om de dieren te verzorgen. De locatie speelt geen rol, België of Nederland.”

Voor meer informatie over het project van Ottenburgh of zijn contactgegevens kunt u hier terecht.