gat in de ozonlaag (paars)

Elk jaar vormt zich boven Antarctica een gat in de ozonlaag. Maar dit jaar is dat gat kleiner dan gemiddeld in de laatste tientallen jaren het geval was. Dat blijkt uit satellietgegevens.

Als het lente is op Antarctica (augustus en september) begint zich boven het continent, in de stratosfeer, een gat in de ozonlaag te vormen. In september en oktober van dit jaar is het gat gemiddeld 21 miljoen vierkante kilometer groot. Dat is aanzienlijk minder dan de gemiddelde grootte die onderzoekers tussen 1995 en 2013 waarnamen: 22,5 miljoen vierkante kilometer.

Geen echt gat

Het gat in de ozonlaag is geen echt gat: het is een plek waar de concentratie ozon lager is dan normaal.

Kunnen we dan concluderen dat het gat in de ozonlaag zich aan het herstellen is? Daarvoor is het nog te vroeg, zo benadrukken de onderzoekers. Het gat in de ozonlaag ontstaat als de zon na maanden van duisternis haar stralen weer over Antarctica laat glijden. Wind zorgt ervoor dat koude lucht boven het continent blijven hangen. Die koude lucht, het zonlicht en door mensen in de atmosfeer gepompte chemicaliën zorgen ervoor dat de ozonlaag wordt aangetast. Meestal boeten die processen naar begin december toe aan kracht in, waarna het ozongat in de laatste maand van het jaar weer sluit.

In 1987 zijn er maatregelen genomen om het in de lucht pompen van chemische stoffen die bijdragen aan het gat in de ozonlaag af te remmen. En die maatregelen hebben resultaat: de grootte van het gat in de ozonlaag is gestabiliseerd. Toch varieert de grootte nog wel van jaar tot jaar. Dat komt door de weersomstandigheden op Antarctica. “Er ging in 2013 veel ozon verloren, maar omdat de temperaturen in de lagere delen van de atmosfeer boven Antarctica hoger lagen dan gemiddeld, was het gat in de ozonlaag in vergelijking met de gaten die we sinds 1990 meten iets kleiner dan gemiddeld,” vertelt onderzoeker Paul Newman.