Het leidt er mogelijk toe dat medicijnen minder effectief zijn.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Nature. Ze baseren zich op experimenten.

Biotransformatie
Wanneer wij medicijnen oraal innemen, komen deze ook in de darmen terecht. En daar worden ze opgewacht door een breed scala aan darmbacteriën. Dat het resulteert in een interactie tussen die bacteriën en de medicatie is niet nieuw. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat sommige bacteriën de medicijnen iets veranderen. Dat wordt ook wel biotransformatie genoemd.

Opgehoopt in bacteriën
Maar nieuw onderzoek wijst nu uit dat in onze darmen ook nog iets anders kan gebeuren. Bepaalde soorten darmbacteriën blijken onze medicatie tot zich te nemen. De medicatie hoopt zich zo in deze bacteriën op en verandert hun activiteit. Ook kan het leiden tot een verandering in de samenstelling van onze microbiota (de complete verzameling micro-organismen die in onze darmen leven).

Gevolgen
Dat bacteriën medicatie opnemen, heeft mogelijk invloed op de effectiviteit van medicijnen, zo stellen de onderzoekers. Want wanneer bacteriën ‘meesnoepen’ blijft er minder voor ons over en werken de medicijnen wellicht ook minder goed. Maar het feit dat bacteriën onze medicatie opnemen, kan ook nog op een heel andere manier van invloed zijn op onze gezondheid. Zo kan de door de medicatie veranderde activiteit van bacteriën of gewijzigde samenstelling van de microbiële gemeenschap in onze darmen bijvoorbeeld leiden tot bepaalde bijwerkingen.

Experimenten
De onderzoekers baseren hun conclusies op experimenten. Ze kweekten 25 veelvoorkomende soorten darmbacteriën en stelden ze bloot aan 15 medicijnen die oraal worden ingenomen. Denk bijvoorbeeld aan antidepressiva, waarvan reeds is aangetoond dat ze bij sommigen beter werken dan bij anderen en ook bijwerkingen kunnen veroorzaken zoals gewichtstoename en darmproblemen. Tijdens hun experimenten stuitten de onderzoekers op 70 interacties tussen de bacteriën en de bestudeerde medicatie. 29 van die interacties waren tot voor kort onbekend. En 17 van deze 29 nieuwe interacties betroffen situaties waarin de bacteriën de medicatie – onaangepast – tot zich namen.

Verrassend
Dat het grootste deel van de nieuwe interacties de opname van medicijnen in bacteriën betrof, is volgens onderzoeker Kiran Patil heel verrassend. “Tot voor kort werd gedacht dat bacteriën de beschikbaarheid van medicijnen voornamelijk beïnvloeden door biotransformatie.” De bacteriën namen in de experimenten naast duloxetine (een antidepressivum) ook rosiglitazon (een medicijn tegen diabetes) tot zich. En voor sommige medicijnen – waaronder astmamedicijn montelukast en longmedicijn roflumilast – waren onderzoekers er zelfs getuige van dat deze door sommige bacteriën werden aangepast en door andere werden opgenomen.

Bewezen gevolgen
Aanvullende experimenten wijzen bovendien uit dat de opname van medicatie invloed heeft op de bacteriën. Zo bleek de stofwisseling van bacteriën die duloxetine opnamen, te veranderen. En ook de stofwisselingsproducten die deze bacteriën weer afgeven en die door andere bacteriën worden genuttigd, wijzigden. Het resultaat was dat de bacteriën die deze stofwisselingsproducten consumeren, sneller groeiden en de samenstelling van de microbiële gemeenschap verstoord werd.

Een nieuw orgaan
“Nu pas beginnen mensen in te zien dat medicijnen en ons microbioom van invloed zijn op elkaar en dat dat belangrijke consequenties heeft voor onze gezondheid,” stelt onderzoeker Athanasios Typass. Zijn collega Peer Bork gaat zelfs nog een stap verder. “Het is tijd om het microbioom te gaan behandelen als één van onze organen.”

Meer onderzoek is hard nodig, zo stelt Patil. “Na dit basale moleculaire onderzoek moeten we een volgende stap zetten en gaan uitzoeken hoe de darmbacteriën van een individu verband houden met de van individu tot individu verschillende reacties op medicijnen zoals antidepressiva.” Het gaat dan niet alleen om verschillen in de effectiviteit van de medicijnen (bij de één werken ze beter dan bij de ander), maar ook om verschillen in doses (de één heeft meer nodig dan de ander) en verschillen in bijwerkingen. “Als we kunnen vaststellen hoe mensen – afhankelijk van de samenstelling van hun microbioom – reageren, dan kunnen we behandelingen op maat gaan maken.”