Er zijn mensen die na een HIV-besmetting binnen een paar weken AIDS krijgen en snel sterven. Er zijn ook mensen met HIV die jarenlang geen AIDS krijgen. Waardoor ontstaat dit verschil? Wetenschappers denken dat twee factoren hiervoor verantwoordelijk zijn: goede genen en geluk.

Een op de 200 mensen met HIV kan jarenlang leven zonder dat aids zich ontwikkelt. Deze mensen worden ‘long-term non-progressors’ genoemd. Volgens wetenschappers Arup Chakraborty (MIT) en Bruce Walker (Massachusetts General Hospital) deelt de helft van deze mensen een genetische karaktereigenschap: HLA-B57. HLA-B57 maakt cytotoxische T-cellen aan, die HIV-geinfecteerde cellen opzoeken en vernietigen. In sommige mensen maken HLA-B57-moleculen aangepaste T-cellen, oftewel cross-reactieve T-cellen. Deze T-cellen slagen erin om het virus bij nieuwe mutaties keer op keer de kop in te drukken.

Toch zijn er genoeg mensen waarbij de genetische aanpassing HLA-B57 niet leidt tot cross-reactieve cytotoxische T-cellen. De ontdekking van deze molecuul zal niet leiden tot medicijnen voor alle HIV-patienten. Het biedt mogelijk wel een oplossing voor een deel van de patienten. Geen AIDS krijgen hangt dus niet alleen af van goede genen, maar ook van een beetje geluk.

“Het is een interessant idee, maar er is nog meer experimentele data van nodig om het te bevestigen”, vindt immunoloog Mark Connors. “Er is geen objectieve data die aantoont dat non-progessors een grotere cross-reactiviteit hebben.”