En dus kan het idee dat voorouders van Indonesische pygmeeën de lakens deelden met de kleine Homo floresiensis, van tafel.

In 2004 ontdekten onderzoekers op het Indonesische eiland Flores een nieuwe mensachtige: Homo floresiensis, beter bekend als ‘de hobbit’. Laatstgenoemde bijnaam heeft de mensachtige te danken aan zijn geringe lengte; Homo floresiensis werd slechts iets meer dan 1 meter lang.

Pygmeeën
Nu wil het toeval dat de moderne, inheemse bevolking van Flores ook uit kleine mensen bestaat: de pygmeeën (gemiddeld 1.45 meter lang). En sommige van die pygmeeën wonen nabij de Liang Bua-grot waarin de fossiele resten van H. floresiensis zijn gevonden. Het heeft Amerikaanse onderzoekers aan het denken gezet: hoe toevallig is het dat we nabij het leefgebied van een kleine mensachtige een populatie kleine moderne mensen aantreffen? Of is het misschien wel dankzij die kleine mensachtige dat de pygmeeën zo’n geringe lengte hebben? In dat scenario zouden hobbits de lakens gedeeld hebben met de voorouders van pygmeeën en deze op genetisch materiaal hebben getrakteerd dat ervoor zorgde dat de pygmeeën geleidelijk aan kleiner werden.

Kruising
Het genoemde scenario op zich niet heel vergezocht. De laatste jaren is er steeds meer bewijs opgedoken dat uitgestorven mensachtigen – zoals de Neanderthalers, maar ook de Denisova-mensen – de lakens deelden met moderne mensen. Het betekent dat hun genetische materiaal voortleeft in sommige populaties. Zo bestaat het genoom van alle niet-Afrikanen grofweg voor 4 procent uit Neanderthaler-DNA. En het genoom van moderne Papoea’s blijkt zelfs voor zo’n 5 procent afkomstig te zijn van Denisova-mensen en ook Tibetanen bezitten nog een beetje Denisova-DNA. En het van andere mensachtigen afkomstige genetische materiaal heeft ook een impact op de moderne mensen die het vandaag de dag met zich meedragen. Zo hebben studies aangetoond dat Tibetanen dankzij genetisch materiaal van de Denisova-mens beter op grote hoogte kunnen leven. En Neanderthaler-DNA blijkt onder meer van invloed te zijn op het brein en de huid van moderne mensen.

Toets
Wetenschappers hebben die hypothese nu getoetst. Ze bestudeerden daartoe het genoom van 32 pygmeeën die in een dorpje nabij de Liang Bua-grot wonen. Ze ontdekten zo verschillende mutaties die geassocieerd worden met een kortere lichaamslengte. Maar ze vonden geen enkel bewijs voor de aanwezigheid van genetische elementen afkomstig van Homo floresiensis.

Een gereconstrueerde schedel van een H. floresiensis. Afbeelding:
Stuart Hay / Australian National University.

Teleurstelling
Het is eigenlijk wel een beetje teleurstellend. Tot op heden hebben onderzoekers namelijk geen genetisch materiaal van Homo floresiensis ontdekt. En ergens hadden ze gehoopt een deel ervan in de pygmeeën aan te treffen. “Als er een kans was om de hobbit genetisch te leren kennen aan de hand van het genoom van moderne mensen, dan was dit het,” stelt onderzoeker Richard Green. “Maar we zien het niet.”

Variatie was er al
Feit blijft echter dat de pygmeeën veel kleiner zijn dan andere moderne mensen. En hoe kunnen we dat, als dat niet aan genetisch materiaal van de hobbits ligt, dan verklaren? De onderzoekers ontdekten dat veel van de met lichaamslengte verband houdende genen in Pygmeeën ook terug te vinden zijn in het genoom van moderne mensen. “Het betekent dat deze genvarianten aanwezig waren in een gemeenschappelijke voorouder van Europeanen en de op Flores woonachtige pygmeeën. Zij (de pygmeeën, red.) werden kleiner door natuurlijke selectie die inspeelde op de genetische variatie die er binnen de populatie reeds was. Dus we hebben geen hulp van een oude mensachtige nodig om te verklaren waarom ze zo klein zijn.”

“Er gebeuren gekke dingen op eilanden”

Verschillende studies hebben al aangetoond dat grote soorten op een eiland de neiging hebben om kleiner te worden. Men noemt dat ook wel eilanddwerggroei. Het wordt vaak toegeschreven aan het feit dat er op een eiland relatief weinig roofdieren zijn en relatief weinig voedsel is. In de tijd van de hobbits was er op Flores bijvoorbeeld ook een dwergolifant te vinden die verwant was aan een inmiddels uitgestorven – veel grotere – olifant die op het vasteland leefde. “Er gebeuren gekke dingen op eilanden,” benadrukt Green. “Wanneer de genenpoel geïsoleerd raakt van de grotere populatie staat het een op het eiland woonachtige populatie vrij om onbeperkt te evolueren, geleid door de eisen die een klein ecosysteem stelt.” Als je erover nadenkt, blijft het desalniettemin natuurlijk opmerkelijk dat twee mensachtigen – een moderne mens en een reeds uitgestorven soort – onafhankelijk van elkaar een geringe lichaamslengte ontwikkelden op Flores.