Wellicht dat het binnenkort niet meer toegestaan is om een teenknip uit te voeren bij proefdieren. Dit meldt Stichting Proefdiervrij. De stichting overlegt komende week met staatssecretaris Dijksma over een mogelijk verbod.

De teenknip wordt gebruikt om babymuizen uit hetzelfde nest te identificeren. Op die manier kunnen muizen van elkaar onderscheiden worden voor onderzoek. Er zijn alternatieven – zoals de oorknip en de stift – maar die zijn minder betrouwbaar. Wanneer muizen opgroeien vervaagt de stift of groeit het gaatje in de oor dicht.

Wist je dat…
…proefdieren eigenlijk niet meer nodig zijn? De proefdiervrije technieken springen als paddenstoelen uit de grond.

Een stap in de goede richting
Samen met wetenschappers wil Stichting Proefdiervrij een alternatief voor de betrouwbare teenknip vinden. “Echter is dat wat ons betreft slechts een kleine stap in de goede richting”, vertelt directeur Marja Zuidgeest van Proefdiervrij. “We grijpen deze discussie graag aan om samen met overheid en wetenschap meer initiatieven op te starten die het gebruik van proefdieren in onderzoek geheel overbodig maken. Op deze wijze zorgen we er niet alleen voor dat muizen in de toekomst geen pijn meer hoeven te ervaren, maar realiseren we dat zij überhaupt niet voor testen gebruikt worden.”

Discussie
Hoewel Stichting Proefdiervrij beweert dat de teenknip pijnlijk is voor muizen, is niet iedereen het hiermee eens. “Bij de teenknip wordt een millimeter weefsel weggeknipt, er is niet meer dan één knip nodig per dier”, vertelt Martje Fentener van Vlissingen, directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum, tegen Bionieuws.nl. “Uit observaties blijkt dat het knippen bij muizenpups niet leidt tot een stressreactie: de zenuwuiteinden zijn nog niet centraal doorverbonden en er bevindt zich geen bot.” Fentener van Vlissingen is van mening dat proefdieren in het algemeen een beter leven hebben dan dieren in de vleesindustrie.

Nieuwe merkmethode
Als er een nieuwe merkmethode gevonden gaat worden, moet die aan veel eisen voldoen. Het moet permanent zijn, niet leiden tot verstoringen in het nest en niet pijnlijk zijn.