inslag

De komeet die zo’n 65 miljoen jaar geleden een einde maakte aan het floreren van de dinosaurussen veroorzaakte geen wereldwijde vuurzee en liet de aarde niet ‘gebarbecued’ achter. Dat stellen onderzoekers.

Zo’n 65 miljoen jaar geleden plofte een komeet op aarde neer en creëerde een 200 kilometer brede krater in wat nu Mexico is. In de jaren die volgden, vond een massa-extinctie plaats. Talloze soorten – waaronder de dinosaurussen – vonden de dood. Aangenomen wordt dat de komeetinslag daar de oorzaak van was. De inslag bracht namelijk heel wat ellende met zich mee. Zo zou deze er bijvoorbeeld voor gezorgd hebben dat er wereldwijd grote branden ontstonden.

Mexico
Maar een nieuw onderzoek veegt die conclusie nu van tafel. Onderzoekers stellen dat de enorme hitte die bij de komeetinslag ontstond van korte duur was. De zeer intense warmtepuls zou nabij de plaats van inslag korter dan een minuut stand hebben gehouden en dat is te kort voor het in brand vliegen van levend plantmateriaal.

Nieuw-Zeeland
Kwam er dan helemaal geen grootschalig vuur aan te pas? Dat willen de onderzoekers nu ook weer niet beweren. Ze stellen dat de inslag zelfs in Nieuw-Zeeland voelbaar moet zijn geweest. De hitte was daar minder intens dan nabij de plaats van inslag, maar bleef wel langer hangen: zo’n zeven minuten. En dat is dan weer wel lang genoeg voor het in brand vliegen van plantmateriaal. Kortom: de komeetinslag kan lokaal wel voor brand hebben gezorgd, maar wereldwijde branden lijken na dit onderzoek minder aannemelijk.

Op z’n kop
“Het laat zien dat de hitte waarschijnlijk een grotere invloed had op ecosystemen op grote afstand van de plaats van inslag,” stelt onderzoeker Claire Belcher. Het is aannemelijker dat de bossen in Nieuw-Zeeland in brand vlogen dan de bossen in Noord-Amerika. “Dit zet onze ideeën over de effecten die de inslag had op zijn kop en betekent dat paleontologen misschien op grotere afstand van de inslag fossielen moeten bestuderen om de massa-extinctie beter te begrijpen.”

Planten- en dierensoorten zijn doorgaans wel bestand tegen lokale branden. De dieren kunnen zich verstoppen of in winterslaap gaan en planten kunnen zich vanaf plekken waar de brand niet heeft toegeslagen opnieuw verspreiden. Maar als sommige diersoorten – waaronder de grotere dieren – 65 miljoen jaar geleden moeite hebben gehad om een schuilplaats te vinden, is het mogelijk dat ze grote verliezen hebben geleden door toedoen van lokale branden. Onduidelijk is of die verliezen groot genoeg kunnen zijn geweest om tot het uitsterven van een soort te leiden.