kalf

In China wordt momenteel de grootste ‘kloonfabriek’ ooit gebouwd: per jaar moeten er straks 1 miljoen embryo’s van de band rollen.

De Chinezen gaan steeds meer vlees eten. De vraag naar vlees stijgt explosief en boeren hebben grote moeite om aan die vraag te voldoen. Om alle monden te kunnen blijven voeden, slaan het bedrijfsleven en de wetenschap nu de handen ineen. In de havenstad Tianjin wordt momenteel een enorme ‘fabriek’ uit de grond gestampt waar op korte termijn op grote schaal embryo’s van vee gekloond gaan worden.

Kwaliteit
In eerste instantie zullen er op jaarbasis zo’n 100.000 embryo’s worden geproduceerd. Later moet dat oplopen naar 1 miljoen. Omdat tijdens het proces van klonen alleen met de beste dieren wordt gewerkt, resulteert het uiteindelijk in vlees van zeer hoge kwaliteit, zo beweren de initiatiefnemers.

“Uiteindelijk moeten er op jaarbasis 1 miljoen embryo’s gekloond worden”

Commercieel
Dieren klonen is niet nieuw. Al in 1996 werd voor het eerst gekloond. Dat gebeurde in Groot-Brittannië en het resultaat was Dolly. In de jaren die volgden, zijn nog veel andere dieren gekloond. Bijvoorbeeld muizen. Maar eigenlijk ging het altijd om wetenschappelijk onderzoek. Dieren klonen in een commerciële setting is redelijk nieuw. In 2014 werd in China voor het eerst om commerciële redenen gekloond. Het resulteerde in de geboorte van drie Tibettaanse mastiffen die doorgaans voor enorme bedragen van eigenaar wisselen.

Dolly, het schaap. Afbeelding: Toni Barros (via Wikimedia Commons).

Dolly, het schaap. Afbeelding: Toni Barros (via Wikimedia Commons).

Is het veilig?
Met de nieuwe ‘kloonfabriek’ wordt het commercieel klonen echter naar een heel ander niveau getild. Er wordt straks op enorme schaal gekloond. En de gekloonde dieren worden – in ieder geval door de initiatiefnemers – gezien als het antwoord op het Chinese voedselprobleem. Maar tegelijkertijd roept deze ‘oplossing’ een hoop vragen op. Is het eten van gekloond voedsel bijvoorbeeld wel veilig? De European Food Safety Authority deed daar eerder al eens onderzoek naar en stelde dat er met het oog op de voedselveiligheid op dit moment geen verschillen zijn tussen voedselproducten die het resultaat zijn van gezonde klonen of hun nageslacht en voedselproducten die afkomstig zijn van gezonde, op conventionele manier gefokte dieren. Wel zijn er – zo stelde de European Food Safety Authority – als het om het klonen van dieren gaat, zorgen om de gezondheid en het welzijn van de dieren. Zo is het niet ongebruikelijk dat dieren tijdens het proces van klonen en daarna de dood vinden.

Voedselprobleem
Een voedselprobleem kun je op verschillende manieren oplossen. Zo kan de grote vraag naar vlees wellicht ook worden teruggedrongen door alternatieven aan te bieden: insecten of misschien zelfs kweekvlees.

Genetische diversiteit
Een andere veelgehoorde zorg is dat het klonen van dieren een bedreiging vormt voor de genetische diversiteit. Wanneer een mannetje paart met een vrouwtje en er een jong geboren wordt, dan bezit dat jong genen van de vader en de moeder. Het jong paart weer met een ander dier en het nageslacht bezit weer een net andere mix van genen. Zo ontstaat uiteindelijk een populatie met een grote genetische diversiteit. En dat is belangrijk. Want als het eens tegenzit – een ziekte slaat toe of het leefgebied verandert – is de kans kleiner dat de hele populatie hierbij ten onder gaat. Sommige dieren zullen het misschien niet redden, maar andere dieren met net een andere genetische samenstelling, wel. Genetische diversiteit wordt dan ook belangrijk geacht voor het voortbestaan van een soort. Wanneer dieren gekloond worden, ontstaan exacte kopieën van de ouder en kan de genetische diversiteit binnen een populatie uiteindelijk afnemen. De European Food Safety Authority stelt dat onderzoek er niet op wijst dat klonen een directe bedreiging voor de genetische diversiteit vormt, maar het is twijfelachtig of de organisatie hierbij rekening houdt met een ‘fabriek’ waarin op enorme schaal gekloond gaat worden.

Al in de eerste helft van 2016 moet de fabriek deels operationeel worden. Dan zal moeten blijken of de Chinezen de daad bij het woord kunnen voegen en – ook niet onbelangrijk – of de consument net zo enthousiast is als de fabrikanten.