Mensen die in Urk wonen, zullen hun toekomstige geliefde waarschijnlijk op nog geen 800 meter van hun voordeur aantreffen. Dat concludeert onderzoeker Karen Haandrikman. Hetzelfde geloof en dezelfde cultuur blijken nog steeds de belangrijkste criteria voor het kiezen van een partner te zijn.

De helft van alle Nederlanders vinden hun partner binnen een straal van zes kilometer ten opzichte van hun eigen huis. Een derde van alle mensen blijkt zijn of haar partner in de eigen gemeente te vinden. Vooral in de Bijbelgordel, de stad en het noorden en oosten van Nederland zoeken mensen het het liefst dichtbij huis, zo concludeert Haandrikman. Dat bewijst volgens de onderzoekster dat religie en dialect een belangrijke rol spelen. “De afstanden tussen partners zijn relatief kort in gebieden in de Bijbelgordel, religieuze enclaves en gebieden waar actief een dialect wordt gesproken.” De korte afstanden gelden voornamelijk voor mensen die al wat ouder zijn of lager opgeleid zijn en voor het samenwonen nog bij hun ouders leefden.

Wat je van ver haalt..
In plaatsen met veel hoger opgeleiden en hogere inkomens zoeken mensen het toch verderop. Waarschijnlijk zijn zij wat minder lokaal georiënteerd en hebben zij ook de middelen om verder te reizen. Ook gescheiden mensen en studenten gaan verder weg voor de liefde. Opvallend genoeg is dat niet het geval als zij in een zeer grote stad wonen. Daar zijn de afstanden tussen de geliefden juist heel klein. “In de stad wonen zoveel mensen bij elkaar. Dan zijn de opties natuurlijk groter.”

Internet
Haandrikman vindt het opvallend dat afstand juist in deze tijd waarin internet alle afstanden eigenlijk heeft laten verdwijnen nog zo’n grote rol speelt. “Mensen zijn mobieler, mondiger en komen dankzij moderne technieken in contact met mensen uit het hele land of zelfs daarbuiten. Toch blijkt uiteindelijk minder dan één procent een partner te vinden via het internet.” Daarbij moet ze wel opmerken dat haar gegevens uit 2003 komen en met betrekking tot de vlugge opkomst van internet wellicht alweer achterhaald zijn.

Samenwonen
Haandrikman baseert haar conclusies op uitgebreid onderzoek in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ze bekeek van alle 300.000 mensen die in 2004 zijn samen gaan wonen de geografische dimensies in beeld. Daarnaast richtte ze zich heel specifiek op het dorpje Vriezenveen, Overijssel. Dit dorp verschilt qua dialect en religie sterk van de omgeving en illustreert haar onderzoek dan ook mooi. “Vriezenveners maken veilige partnerkeuzes. Een partner van dichtbij wordt gezien als ‘makkelijk’ en vertrouwd. Partners met een ander geloof, uit een plaats met een vermeende andere cultuur en partners uit de stad worden gezien als ‘een ander slag’ en worden daarom vermeden als potentiële partner.”

Haandrikman hoopt op basis van dit onderzoek op maandag 21 juni aan de Rijksuniversiteit van Groningen te promoveren.