Morele goden blijken vaak pas op te doemen nadat complexe samenlevingen zijn ontstaan.

In de afgelopen millennia hebben zogenoemde prosociale religies terrein gewonnen. Dergelijke religies worden gekenmerkt door ‘morele goden’ die vereisen dat gelovigen zich aan bepaalde wetten en regels houden en een goed leven leiden. En wie dat niet doet, kan rekenen op consequenties, hetzij in dit leven of het leven hierna (denk daarbij bijvoorbeeld aan karma in het Boeddhisme). Eerder onderzoek heeft al uitgewezen dat er een verband is tussen het geloof in morele goden en complexe samenlevingen. Maar nog altijd wordt er druk gedebatteerd over de vraag of morele goden de complexe samenleving mogelijk maakten of dat ze juist een gevolg van het ontstaan van zo’n complexe samenleving zijn.

Nature
In het blad Nature scheppen onderzoekers van de universiteit van Oxford meer duidelijkheid. Hun studie suggereert namelijk dat het geloof in morele goden geen vereiste is voor het ontstaan van complexe samenlevingen.


Het onderzoek
De onderzoekers bestudeerden 414 samenlevingen die in de afgelopen 10.000 jaar in dertig verschillende regio’s wereldwijd te vinden waren. En ze ontdekten dat het geloof in morele goden in de meeste samenlevingen pas ontstond nadat deze waren uitgegroeid tot ‘mega-samenlevingen’, wat wil zeggen dat ze meer dan 1 miljoen mensen telden. Het wijst erop dat het geloof in morele goden geen vereiste is voor het ontstaan van grote, complexe samenlevingen. Het lijkt er eerder op dat morele goden van pas komen nadat samenlevingen een bepaalde grootte en complexiteit hebben bereikt. De onderzoekers wijzen erop dat dergelijke grote samenlevingen vaak een smeltkroes van verschillende kleinere populaties zijn. Moraliserende goden kunnen de samenwerking tussen al die verschillende mensen bevorderen.

De onderzoekers wijzen erop dat hun studie het idee dat moraliserende goden nodig zijn voor het ontstaan van grote en complexe samenlevingen, onderuit schoffelt. Maar tegelijkertijd waarschuwen ze dat we moraliserende goden ook niet moeten zien als ‘slechts een bijproduct’ van grote, complexe samenlevingen. Het ontstaan van grote, complexe samenlevingen werd wellicht mogelijk gemaakt door het ontstaan van een collectieve identiteit, die deels gedragen werd door overeenkomsten in rituele gebruiken en doctrine en gevolgd werd door een verspreiding van het geloof in moraliserende goden. “Dus als het gaat om het ontstaan van sociale complexiteit is hoe je aanbidt uiteindelijk misschien belangrijker geweest dan wie je aanbidt,” zo concluderen de onderzoekers.