Door anders over het eigen zicht te denken, kan dat zicht ook echt veranderen. Dat concluderen wetenschappers van de Harvard Universiteit. Ze vertelden proefpersonen dat hun ogen beter waren dan eigenlijk het geval was en de ogen van deze mensen ging er vervolgens ook echt op vooruit.

De onderzoekers nemen aan dat de gedachten over de ogen het zicht direct beïnvloeden. De proefpersonen zagen nadat ze te horen gekregen hadden dat hun zicht heel goed was namelijk een stuk beter. En dat zonder beter naar objecten te kijken of extreem geconcentreerd te zijn.

Verwachting
Wetenschappers zijn er al langer van overtuigd dat de ogen meer zijn dan alleen een doorgeefluik van informatie. Eén van de extraatjes die de ogen verzorgen, is het vermogen om dingen aan te nemen. Gedurende het leven raken onze ogen eraan gewend om bepaalde objecten enkel in bepaalde omstandigheden waar te nemen. Wanneer die aanname klopt, zien we de dingen nauwkeuriger dan wanneer we iemand of iets in een totaal onverwachte situatie aantreffen.

Energie
Dit laatste is niets nieuws; onlangs bleek uit onderzoek ook al dat ons brein energie bespaart door te voorspellen wat er in een vertrouwde omgeving te zien is. Aan de hand van recente informatie schetst het een beeld van wat er te verwachten valt. Pas als dat niet klopt, wordt de hersenschors echt actief en wordt er op de waarneming afgegaan.

Kleine lettertjes
Dat onderzoek hebben de wetenschappers van de Harvard Universiteit nu naar een hoger plan getild. Ze bestudeerden mensen die onverwachte situaties te zien kregen en concluderen dat de ogen daar moeite met hebben. Zo kregen de proefpersonen in één van de experimenten een hele gewone oogtest voorgeschoteld met grote en kleine letters. Alleen stonden de grootste letters nu onderaan. Een groot deel van de proefpersonen kon de kleine letters veel beter lezen dan anders. Puur omdat het oog verwacht dat de grote letters bovenaan goed te lezen zijn en de kleine letters onderaan veel minder helder zijn.

Goedgelovig
De ogen moeten het dus in grote mate van verwachtingen hebben. In het experiment met de oogtest pakt dat nadelig uit, maar de onderzoekers vermoeden dat het ook in het voordeel van de proefpersoon kan werken. Bijvoorbeeld als het oog gelooft dat het beter kan of moet zien. De experimenten onderschrijven dat.

Experiment
De onderzoekers lieten 63 kadetten in opleiding een test doen. 22 van hen kregen de rol van piloot en moesten de letters op de vleugels van een naderend vliegtuig zien te identificeren. 20 andere kadetten namen plaats in een simulator en kregen te horen dat deze kapot was. Tien kadetten lazen een motiverend artikel. Elf anderen trainden hun ogen en kregen te horen dat deze training hun ogen beter zou maken.

Piloot
Nadat alle kadetten hun taak hadden volbracht, deden ze allemaal een oogtest. De kadetten die kort daarvoor als piloot dienst hadden gedaan, zagen in vergelijking met de andere kadetten aanzienlijk beter na de test dan daarvoor. Volgens de onderzoekers zagen de kadetten die even als piloten door het leven gingen, zo goed omdat ze in de huid van een echte gevechtspiloot kropen. En daar hoort nu eenmaal goed zicht bij.

De resultaten suggereren dat de verwachting die het oog heeft ook voor een betere waarneming kan worden ingezet. Zolang het oog denkt dat het goed kan zien – in het geval van de oogtest – of dat goed zicht erbij hoort – zoals in het geval van de piloten – zal het vaker ook goed zicht leveren.