wetenschap

Geloof kan in moeilijke tijden steun en zekerheid bieden. Waar kan iemand die niet in een god gelooft die steun en zekerheid vandaan halen? Wellicht uit de wetenschap! Dat suggereert een nieuw onderzoek.

Eerdere onderzoeken wezen uit dat religie mensen kan helpen om te gaan met stress en angst. Onderzoekers vroegen zich af of dit alleen zo werkt bij geloof vanuit een religie of dat ook geloof in het algemeen voor hetzelfde effect kan zorgen. “Wij ontdekten dat een stressvolle of beangstigende situatie het geloof in wetenschap vergroot,” zegt Miguel Farias van Oxford University. Dit geloof zegt niets over de geldigheid van wetenschap, maar duidt de algemene waarde aan die mensen aan wetenschap hechten. Dat de onderzoekers de psychologische voordelen van religieus geloof vergelijken met geloof in de wetenschap, wil niet zeggen dat zij denken dat deze twee hetzelfde zijn. Wat de onderzoekers wel duidelijk willen maken is dat wij voor de psychologische voordelen van ‘geloof’ niet perse hoeven te geloven in een god. “Het geloof in het algemeen kan belangrijk zijn om die psychologische voordelen te behalen,” zegt Farias. “Mogelijk heeft de mensheid de behoefte te geloven omdat het troost en zekerheid biedt, zelfs atheïsten zoeken houvast in hun leven.” Of hetgeen waar wij in geloven nu bovennatuurlijk is of niet, geloof kan volgens Farias in ieder geval psychologische voordelen bieden.

Stress
Deelnemers gaven op een schaal aan in hoeverre zij het eens waren met tien gegeven stellingen over de wetenschap. Een voorbeeld: “Wetenschap vertelt ons alles wat er te weten is over waaruit de werkelijkheid bestaat.” Honderd roeiers vulden deze schaal in waarvan tweeënvijftig voorafgaand van hun roeiwedstrijd en achtenveertig voorafgaand van hun training. Door deze groepering konden de onderzoekers het stressniveau van de deelnemers onderscheiden. Het bleek dat de roeiers die voorafgaand aan hun wedstrijd de schaal invulden en dus waarschijnlijk meer stress hadden, meer geloofden in wetenschap dan de andere roeiers. Beide groepen rapporteerden dat zij niet zo religieus waren. Zoals verwacht zeiden de roeiers die een wedstrijd in het vooruitzicht hadden, dat zij meer stress hadden.

Angst
In een tweede experiment verdeelden de onderzoekers zestig andere mensen willekeurig in twee groepen. De ene groep moest schrijven over hoe zij zich voelden wanneer zij aan hun eigen dood dachten. De andere groep schreef over tandpijn. Uit voorgaande onderzoeken bleek dat over de eigen dood nadenken, zorgt voor een bepaalde ‘existentiële angst’; een allesoverheersende angst die iemand voelt wanneer hij zich realiseert dat het bestaan onzeker is. De deelnemers vulden na hun schrijfopdracht de ‘geloof in wetenschap’-schaal in. De deelnemers die nadachten over hun eigen dood, scoorden hoger in hun geloof in de wetenschap.

Steun en zekerheid
Beide experimenten tonen aan dat geloof in wetenschap wordt versterkt wanneer wij ons in bedreigende situaties begeven. Onder angst en stress neigen wij er dus meer naar in iets te geloven. Angst en stress dienen daarom als een motivering voor geloof, stellen de onderzoekers in hun paper in Experimental Social Psychology. De onderzoekers denken dat geloof in wetenschap non-religieuze mensen kan helpen om te gaan met moeilijke omstandigheden. Of dit ook echt zo werkt in die tegengestelde richting en mensen door geloof in wetenschap in latere situaties minder angst of stress voelen, moeten Farias en zijn collega’s nog toetsen.