pillen1

Waarom reageert de één heel sterk op een placebo, terwijl het placebo de ander niets doet? Persoonlijkheid speelt een rol. Maar onderzoek toont nu aan dat ook genetische variaties van invloed zijn op het placebo-effect.

Dat het placebo-effect bestaat, hebben tal van onderzoeken al aangetoond. Mensen kunnen zich beter voelen wanneer ze het idee hebben een effectieve behandeling te hebben ondergaan of een effectief medicijn te hebben geslikt. Maar uit onderzoeken blijkt ook dat lang niet iedereen vatbaar is voor het placebo-effect. In eerste instantie verklaarden onderzoekers dat door te kijken naar de persoonlijkheid van mensen. Maar de laatste jaren nemen onderzoekers in toenemende mate hun toevlucht tot hersenscans. Uit die onderzoeken blijkt dat de neurotransmitters een belangrijke rol spelen als het gaat om het placebo-effect. “Omdat het de chemische boodschappers zijn die de zenuwfunctie in het brein of oproepen of afremmen, spelen neurotransmitters een belangrijke rol bij beloning en pijn,” vertelt onderzoeker Kathryn Hall.

Genetische variaties
Maar dat is niet het hele verhaal, zo schrijven Hall en collega’s nu in het blad Trends in Molecular Medicine. Genetische variaties in de genen achter de neurotransmitters zouden deels kunnen verklaren waarom de één vatbaarder is voor het placebo-effect dan de ander. In 2012 identificeerde Hall genetische variaties die van invloed zijn op de hoeveelheid dopamine (een neurotransmitter) in het brein en die genetische variaties hadden ook invloed op de mate waarin iemand op een placebo reageerde.

Een netwerk van genen
En dat onderzoek staat niet op zichzelf, zo schrijven Hall en collega’s nu. Een analyse van onderzoeken die de afgelopen tien jaar zijn verschenen toont aan dat er meer genetische variaties zijn die invloed uitoefenen op de mate waarin iemand het placebo-effect vertoont. Het suggereert voorzichtig dat er zelfs sprake is van een netwerk van genen dat van invloed is op de mate waarin mensen op een placebo reageren.

Serieus
Het placebo-effect is dus niet louter iets psychisch en moet volgens de onderzoekers ook op een ‘serieuze, biologische wijze’ worden bekeken. “De studie naar het effect van genen op het placebo-effect staat nog in de kinderschoenen, maar er is al bewijs dat genetische variaties in de reeks stofwisselingen van neurotransmitters invloed uitoefenen op de effecten van een placebo. De reacties op een placebo zijn een legitieme serie biologische reacties die we in kaart moeten brengen voor het ontwikkelen van efficiënte medicijnen en de beste patiëntzorg.”

Placebo en medicijn
“We ontdekken dat de placebo niet het enige component is als het gaat om het placebo-effect,” legt onderzoeker Ted Kaptchuk uit. “Deze reeks stofwisselingen in de neurotransmitters – die beïnvloed worden door genen, zijn reeksen stofwisselingen waar zowel medicijnen als placebo’s effect op uitoefenen. Dat suggereert dat een medicijn de reactie op het placebo en het placebo de reactie op een medicijn kan veranderen.”

Het onderzoek heeft implicaties voor de wijze waarop onderzoeken naar nieuwe medicijnen en het placebo-effect vorm moeten krijgen. Wanneer medicijnen worden getest is er doorgaans een controlegroep die een placebo ontvangt. Daarmee onderzoeken de wetenschappers welk niet-farmaceutische effecten het medicijn heeft. Maar om het placebo-effect werkelijk goed te kunnen bestuderen, is eigenlijk nog een derde groep proefpersonen nodig, zo stellen de onderzoekers. “Als je placebo’s wilt bestuderen, heb je een controlegroep nodig die geen behandeling ondergaat,” benadrukt Hall. “Dat is één van de enorme beperkingen in de wetenschappelijke literatuur, maar we kunnen daar verandering in brengen.”