Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat tevens suggereert dat avondmensen vatbaarder zijn voor depressie.

Heb je moeite om ’s ochtendsvroeg je bed uit te komen? Je kunt er niet zoveel aan doen. Zo leggen onderzoekers in een nieuwe studie uit dat je genen voor een deel bepalen of je een een vroege vogel, of juist een nachtbraker bent. Echter heeft dit ook gevolgen voor je vatbaarheid voor een aantal psychische ziektes. De studie werpt nieuw licht op onze biologische klok en het verband met onze geestelijke gezondheid.

Onderzoek
In de studie verzamelden de onderzoekers in totaal bijna 698.000 mensen. Aan de deelnemers werd gevraagd of ze zichzelf een ‘ochtendmens’ of juist een ‘avondmens’ zouden noemen. Vervolgens namen de onderzoekers de genen onder de loep. Dit onthulde dat het hebben van bepaalde genen het slaappatroon leken te beïnvloeden.

Genen
Op zich is het idee dat je genen bepalen of je een ochtend- of juist een avondmens bent, niet nieuw. Zo brachten onderzoekers dit ook al eerder met elkaar in verband. Uit dat onderzoek bleek dat er vijftien locaties in het DNA aan te wijzen zijn die samenhangen met ‘een ochtendmens zijn’. Zeven van deze locaties bevinden zich nabij genen die een rol spelen in het circadiaan ritme. We hebben het dan bijvoorbeeld over genen zoals HCRTR2 (een gen dat eerder in verband werd gebracht met narcolepsie, een afwijking die gekenmerkt wordt door overmatige behoefte aan slaap en slaapstoornissen). Maar ook over het gen VIP dat een rol speelt bij het verlengen van de rem-slaap.

psychische klachten
De onderzoekers ontdekten daarnaast dat vroege vogels minder kans liepen op een aantal psychische klachten dan nachtbrakers. Zo blijkt dat vroeg opstaan een positieve invloed heeft op het welzijn. Bovendien hebben ochtendmensen minder kans op psychische aandoeningen zoals depressies en schizofrenie.

De studie belicht een groot aantal genen die in meer detail bestudeerd kunnen worden om uit te zoeken hoe verschillende mensen verschillende biologische klokken kunnen hebben. Daarnaast benadrukken de onderzoekers dat er meer studies nodig zijn om het verband tussen de biologische klok en de kans op bepaalde psychische aandoeningen te bevestigen.