Dat mensen beginnen met roken en vervolgens verslaafd raken, is maar ten dele hun eigen schuld. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. De kans om verslaafd te raken aan nicotine wordt namelijk door toedoen van bepaalde genen aanzienlijk vergroot.

De wetenschappers vergeleken bepaalde veranderingen in de chromosomen en linkten die aan slechte gewoontes zoals roken. Al snel bleek er inderdaad een verband te zijn. Zo is een variant van het elfde chromosoom nauw betrokken bij de beslissing om te beginnen met roken. Chromosoom 9 helpt juist weer om te stoppen.

Mensen met bijzondere genen in het achtste en negentiende chromosoom bleken over het algemeen meer te roken: zo’n halve sigaret extra per dag. Bovendien was de kans dat zij longkanker ontwikkelden in vergelijking met rokers die deze bijzondere genen niet hadden veel groter.

Het is al lang bekend dat er een verband is tussen longkanker en roken. Waarom de ene roker vatbaarder is voor longkanker dan de andere is helaas nog steeds onduidelijk. Steeds meer onderzoeken wijzen er echter op dat de genen hier een rol in spelen.