Honden lijken een genetische aandoening te hebben die ertoe leidt dat ze sterk geneigd zijn om sociaal contact te zoeken.

Er zijn grote verschillen tussen het sociale gedrag van wolven en gedomesticeerde honden. Zo zijn honden heel graag bij mensen in de buurt en kunnen ze langdurig naar mensen kijken. “Ooit dacht men dat honden tijdens hun domesticatie een geavanceerde vorm van sociale cognitie ontwikkeld hadden die wolven misten,” vertelt onderzoeker Monique Udell. Maar een nieuw onderzoek schetst een heel ander beeld. “Het nieuwe bewijs suggereert dat honden in plaats daarvan een genetische aandoening hebben die kan leiden tot een overdreven motivatie om sociaal contact te zoeken.”

Het experiment
Udell en collega’s trekken die conclusie op basis van genetisch onderzoek en experimenten. Tijdens deze experimenten werkten ze met achttien gedomesticeerde honden en tien in gevangenschap levende grijze wolven (die dus gewend waren om contact te hebben met mensen). Alle dieren kregen een puzzel voorgeschoteld: ze moesten een doosje met daarin een worst zien open te krijgen. Terwijl de dieren daarmee bezig waren, stond één van de onderzoekers er op een kleine afstand bij. De honden bleken wanneer ze met de doos bezig waren veel sterker geneigd te zijn om naar de onderzoeker te kijken en het bijltje erbij neer te gooien. De wolven daarentegen bleken doorzetters te zijn: ze bleven proberen om de doos te openen, zelfs wanneer er een mens naast hen stond.

WIST JE DAT…

Nog een experiment
In een tweede experiment ging een onderzoeker in een op de grond getekende cirkel zitten. Soms was deze persoon actief (hierbij riep hij de wolven en honden bij hun naam en probeerde actief contact te leggen). Soms was hij inactief (en zat hij stilletjes in de cirkel en negeerde de dieren). Zowel de honden als de wolven benaderden de persoon in de cirkel vrij vlot. Maar de wolven liepen meestal na een paar seconden al weer weg, terwijl de honden langere tijd bezig bleven met de persoon in de cirkel. “We hebben veel onderzoek gedaan dat aantoont dat wolven en honden net zo goed presteren tijdens taken waarbij de sociale cognitie centraal staat,” vertelt Udell. “Waar het echte verschil in lijkt te zitten, is dat honden langdurig naar mensen staren en het verlangen hebben om langdurig dicht bij mensen in de buurt te zijn.”

Williams-Beuren syndroom
Na deze twee experimenten namen de onderzoekers wat bloed af bij de honden en wolven voor genetisch onderzoek. En dat leverde verrassende inzichten op. Zo bleken er duidelijke genetische verschillen te zijn tussen wolven en honden. Bij de honden werden dezelfde genetische merkers (stukjes van een DNA-sequentie) gevonden als bij mensen die het Williams-Beuren syndroom hebben. Deze aandoening wordt bij mensen gekenmerkt door een achterstand in de ontwikkeling en hypersociaal gedrag.

Het onderzoek is verschenen in het blad Science Advances. Volgens de onderzoekers werpt het een nieuw licht op de gedragsverschillen die er tussen honden en wolven zijn en die waarschijnlijk duizenden jaren geleden al hun oorsprong vonden.