DNA afkomstig van de moeder van Ötzi de IJsman is niet meer terug te vinden in mensen die vandaag de dag leven. Eerder bleek DNA van Ötzi’s vader nog wel in moderne populaties voor te komen.

In 2012 analyseerden wetenschappers het Y-chromosoom van Ötzi. Dit chromosoom wordt van vader op zoon doorgegeven. De onderzoekers vergeleken het Y-chromosoom met dat van mannen die vandaag de dag leven en dat leverde opvallende resultaten op. Een aantal moderne mannen bleek een Y-chromosoom te hebben dat grotendeels lijkt op het Y-chromosoom van Ötzi. Het betekent dat de mannen verwant zijn aan de IJsman: ze delen een gemeenschappelijke voorouder.
De onderzoekers bestudeerden ook het mitochondriaal DNA: het DNA dat de moeder aan haar kinderen doorgeeft. Maar onduidelijk bleef of de genetische lijn van de moeder van Ötzi vandaag de dag nog bestaat.

Bacterie
Eerder deze week haalde Ötzi ook al het nieuws. Toen maakten wetenschappers bekend dat ze een bacterie in de maag van de IJsman hadden aangetroffen.

1077 individuen
Inmiddels is het 2016 en hebben onderzoekers zich nogmaals over het mitochondriale DNA van Ötzi gebogen. Ze vergeleken het mitochondriale DNA van de IJsman met dat van 1077 individuen die tot de haplogroep K1 behoorden. Een haplogroep is een populatie individuen die een gemeenschappelijke voorouder hebben. In dit geval gaat het dan om een voorouder via de maternale lijn. Die maternale lijn van de IJsman wordt K1f genoemd en komt voort uit haplogroep K1.

Uitgestorven
Uit het onderzoek blijkt dat het mitochondriale DNA van Ötzi niet meer terug te vinden is in moderne populaties mensen. De onderzoekers stellen dan ook dat de maternale lijn van de IJsman waarschijnlijk uitgestorven is.

Hoe de maternale lijn verdween
De onderzoekers denken dat de paternale lijn van Ötzi – G2a genoemd – tijdens het Neolithicum in verschillende delen van Europa terug te vinden was. De maternale lijn was mogelijk alleen in de Alpen te vinden. De paternale lijn van Ötzi arriveerde zo’n 8000 jaar geleden vanuit het Nabije-Oosten in Europa. Migraties en andere demografische gebeurtenissen na het Neolithicum zorgden ervoor dat G2a gedeeltelijk door andere genetische lijnen werd vervangen, behalve in geografisch geïsoleerde gebieden, zoals Sardinië. Daar zijn nog altijd sporen van de paternale lijn van Ötzi terug te vinden. De maternale lijn van Ötzi ontstond zo’n 5300 jaar geleden in het oosten van de Alpen. En de migraties die ervoor zorgden dat de paternale lijn van Ötzi in veel delen van Europa verdrongen werd, zouden ook verantwoordelijk zijn voor het uitsterven van de maternale lijn. De haplogroep K1f werd simpelweg vervangen door haplogroepen die vandaag de dag veel voorkomen.

In 1991 werden de resten van een man aangetroffen in de Ötztaler Alpen. Al snel bleek het te gaan om een man die 5300 jaar geleden leefde en uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. De man kreeg de naam Ötzi en heeft de afgelopen jaren heel wat onthuld over de tijd waarin deze leefde: het Neolithicum.