Ze lopen een hoger risico om tussen hun 41e en 78e levensjaar te overlijden.

Afgelopen winter werd de Chinese wetenschapper He Jiankui in één klap wereldnieuws toen bekend werd dat hij de genen van twee baby’s met de gentechniek CRISPR had aangepast (zie kader). De genetische mutatie moest voorkomen dat de kinderen Hiv kregen. Maar nu blijkt dat deze mutatie grote consequenties heeft. Amerikaanse onderzoekers hebben namelijk aangetoond dat mensen met het gemuteerde gen een hoger risico lopen (van 21 procent) om vroegtijdig te overlijden.

Meer over de CRISPR-baby’s
In november 2018 claimde He Jiankui de eerste CRISPR-baby’s te hebben gecreëerd. Hij had spermacellen van de vader – drager van Hiv – en eicellen van de gezonde moeder bijeengebracht. De embryo’s die zo ontstonden had hij vervolgens met behulp van de gentechniek CRISPR zo aangepast dat deze geen Hiv konden oplopen. De aangepaste embryo’s waren teruggeplaatst in de baarmoeder van de vrouw en uitgegroeid tot een gezonde tweeling: Lulu en Nana. Het experiment kon rekenen op een storm van kritiek. Het genetisch aanpassen van menselijke embryo’s is omstreden, maar het daadwerkelijk terugplaatsen van de middels CRISPR-aangepaste embryo’s in de baarmoeder is ronduit verboden. Dat is met name te herleiden naar het feit dat deze veelbelovende gentechniek nog in de kinderschoenen staat en de veiligheid en effectiviteit ervan nog volop wordt onderzocht.

CCR5
De Chinese wetenschapper Jiankui liet weten dat hij bij minstens twee baby’s met de CCR5-receptor had geëxperimenteerd, waardoor dit eiwit werd uitgeschakeld. De genetische mutatie, Δ32 (Delta 32), verwijst naar een ontbrekend segment van 32 basenparen in het CCR5-gen. Natuurlijk voorkomende mutaties die dit eiwit uitschakelen zijn erg zeldzaam onder Aziaten, maar is wel gevonden in ongeveer 11 procent van de Noord-Europeanen. Dragers van het gemuteerde CCR5-Δ-32-gen zijn immuun voor Hiv en aids. Dat komt omdat het gp120 glycoproteïne van Hiv zich niet aan de gemuteerde CCR5-receptoren aan het oppervlak van hun lymfocyten hechten.


Uitschakelen
Maar het uitschakelen van een eiwit dat vrijwel bij alle mensen en de meeste dieren wordt gevonden, belooft niet veel goeds. “Het is een functioneel eiwit waarvan we weten dat het een effect heeft in een organisme,” zegt onderzoeker Rasmus Nielsen. “Het is dus waarschijnlijk dat een mutatie die het eiwit vernietigt niet goed voor je is. Anders zouden evolutionaire mechanismen het eiwit al lang geleden hebben geëlimineerd.”

Vroegtijdig overlijden
Nadat het omstreden experiment van Jiankui openbaar werd, besloten Nielson en zijn collega Xinzhu Wei het gemuteerde CCR5-Δ-32-gen te bestuderen. Ze bogen zich over 400.000 genomen en spitten de bijbehorende medische dossiers uit een Britse databank door. En de onderzoekers kwamen tot een verontrustende conclusie, die ze in hun paper uit de doeken doen. Zo blijkt dat mensen met twee gemuteerde exemplaren van het gen een significant hoger risico lopen om tussen hun 41e en 78e levensjaar te overlijden. “Afgezien van de vele ethische kwesties die met de CRISPR-baby’s samenhangen, is het feit dat nu, met de huidige kennis, het nog steeds erg gevaarlijk is om mutaties te proberen zonder het volledige effect ervan te kennen,” zegt Nielsen. “In dit geval is het waarschijnlijk niet een mutatie die de meeste mensen zouden willen hebben. Je bent – gemiddeld genomen – slechter af om het te hebben.”

Aan de andere kant stelt Wei dat er enig bewijs is dat de mutatie de kans op overleving na een beroerte verhoogt en daarnaast beschermt tegen pokken en flavivirussen (een groep waar onder andere het gelekoortsvirus, knokkelkoortsvirus en zikavirus onder vallen). Ondanks deze mogelijke voordelen, pleiten de onderzoekers voor voorzichtigheid als het aankomt op het creëren van genetische mutaties met CRISPR. “Ik denk dat we in het huidige stadium veel dingen nog niet weten over de functies van genen,” zegt Wei. “De CRISPR-technologie is veel te gevaarlijk om nu al te gebruiken.”